Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 5 november 1940 B. Schelvis [Bovenin, gestempeld/geschreven kenmerk:]
№ 25/221/ / M. 1940 7/11
[Rechtsboven:]
Amsterdam 5. 11. 40
[Inhoud:]
Mijnheer beleefd verzoek ik
nu of ik in de gunst kan vallen
voor hulp aan mijn huis ik
kan het onmogelijk alleen af.
De naam van de hulp
is Mej: H. E. Grapels bijvoorbaat
dank.
[Afsluiting:]
Hoogachtend
B. Schelvis In deze korte brief richt de afzender, B. Schelvis, zich tot een (waarschijnlijk officiële) instantie met een beleefd verzoek. De schrijver vraagt om "in de gunst te vallen" voor huishoudelijke hulp. De motivatie hiervoor is dat de schrijver het huishouden niet meer alleen kan bolwerken.
De brief is formeel van toon ("beleefd verzoek", "Hoogachtend") en zeer direct. Er wordt reeds een specifieke persoon voorgedragen voor de functie: Mej. H. E. Grapels. Het gebruik van het woord "gunst" suggereert dat er voor het aanstellen van dergelijke hulp toestemming of financiële ondersteuning nodig was van de overheid of een sociale instelling. Het document dateert van november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de bureaucratisering van het dagelijks leven toe te nemen.
De naam 'Schelvis' is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Tijdens de bezetting werden er steeds strengere regels van kracht met betrekking tot het in dienst hebben van personeel (zoals de verordening die niet-Joods personeel verbood te werken in Joodse huishoudens). Hoewel de brief niet expliciet vermeldt waarom er officieel toestemming wordt gevraagd, past het verzoek in de context van de toenemende regulering door de bezetter of de door de oorlogsomstandigheden onder druk staande sociale zorg in de stad. Het registratienummer bovenin duidt erop dat dit briefje onderdeel is geweest van een groter administratief dossier, mogelijk van de gemeente Amsterdam of een bijstandsinstantie. B. Schelvis E. Grapels Gemeente Amsterdam