Archiefdocument
Origineel
4 november 1940. Mej. B. Leman, Borgerstraat 25 II, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Nº 25/220/M.1940 6/11
A’dam 4 Nov 1940.
WelEdle Heer Directeur v/d Marktwezen.
In antwoord op Uw schrijven van 31 Oct,
deel ik U mede, dat ik tot mijn spijt één
keer verzuimd heb, de markt te bezoeken. Om-
rede ik een kou had, doch niet op bed behoef-
de te liggen.
Ik heb dit te voren aan den marktmeester
medegedeeld. Die mijnheer heeft mij toen ge-
zegd, als dit weer gebeurde, ik een briefje
van mijn dokter moest verzorgen. Dus dat
heb ik niet geweten, en dus buiten mijn schuld.
Hopende dit nu zoo in orde is.
Hoogachtend
Mej B. Leman.
Borgerstr 25 II
Alhier. In deze brief reageert mejuffrouw B. Leman op een schrijven van de directeur van het Marktwezen betreffende haar afwezigheid op de markt. De kern van haar betoog is een verontschuldiging voor een eenmalig verzuim. Zij voert aan dat zij verkouden was, maar niet zó ziek dat zij in bed moest blijven.
Interessant is de bureaucratische interactie: zij stelt dat zij de marktmeester vooraf op de hoogte heeft gesteld, maar dat deze haar pas achteraf wees op de noodzaak van een doktersverklaring bij toekomstig verzuim. Zij verdedigt zich door te stellen dat zij van deze specifieke regel niet op de hoogte was ("dus buiten mijn schuld") en spreekt de hoop uit dat de zaak hiermee is afgedaan. De toon is beleefd en respectvol, passend bij de formele etiquette van die tijd. De brief dateert van november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden regels voor marktkooplieden streng gehandhaafd. De exploitatieplicht (de verplichting om daadwerkelijk met een kraam op de toegewezen plek te staan) was cruciaal voor het behoud van de vergunning.
De Borgerstraat ligt in de Kinkerbuurt (Amsterdam-West), vlakbij de Ten Katemarkt. De naam Leman was een veelvoorkomende naam in de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de datum is het van belang te beseffen dat de bezetter in deze periode begon met het invoeren van steeds meer beperkende maatregelen voor Joodse burgers, waaronder ook beperkingen op economisch gebied en marktvergunningen. Hoewel deze brief een alledaags administratief geschil lijkt te betreffen, vond dit plaats tegen een achtergrond van toenemende onzekerheid en bureaucratische druk voor Joodse Amsterdammers. B. Leman Marktwezen