Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 73
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Brief

16 november 1940 Van: Onleesbaar (mogelijk een marktmeester of afdelingshoofd), gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen.

Origineel

Ambtelijk advies / Brief 16 november 1940 Onleesbaar (mogelijk een marktmeester of afdelingshoofd), gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. Advies op No 25/225 l, m/f/v.

Den Heer Inspecteur
vh Marktwezen
Alhier.

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van J.F. Kersting,
pl 91 AC., diene het volgende:
Bedoeling van verzoeker is, dat hij in de toekomst
zal worden geassisteerd, eventueel vervangen, door
zijn knecht A. Holger, geb. 4/ Apr. '20.
Momenteel is zijn officiële assistent W. Wajia (zie
25/106/2 m/f/v).
De heer Kersting heeft op de AC markt een groentenkraam
staan, terwijl hij tegenover zijn marktplaats bovendien
een zaak in aardappelen en wintergroenten drijft.
Om die reden verzoekt hij vervanging.
Uit een oogpunt van marktorde is zulks uit den
aard der zaak ongewenscht.
Toestemming voor assistentie kan hem m.i. zonder
bezwaar worden verleend onder gelijktijdige intrekking
van de assistentenvergunning ten name van W. Wajia.

Amsterdam, 16 Nov '40.
[Handtekening onleesbaar] Het document is een formeel advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het schrijven is het verzoek van een marktkoopman, J.F. Kersting (werkzaam op de Albert Cuypmarkt, aangeduid als "AC"), om zijn huidige assistent (W. Wajia) te laten vervangen door zijn knecht, A. Holger.

De schrijver merkt op dat Kersting zowel een marktkraam heeft als een vaste winkel/zaak tegenover die plek. Hoewel de schrijver opmerkt dat deze dubbele bezetting vanuit het oogpunt van "marktorde" eigenlijk ongewenst is (omdat één persoon zo meerdere handelsplekken controleert), ziet hij geen formeel bezwaar tegen de wisseling van de persoon van de assistent, mits de oude vergunning wordt ingetrokken.

Het taalgebruik is typisch voor de Nederlandse bureaucratie uit de eerste helft van de 20e eeuw, met woorden als "diene het volgende", "zulks" en de oude spelling ("ongewenscht"). Het document dateert van 16 november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de regels voor marktkooplieden en vergunningen strikt gehandhaafd en vaak verder aangescherpt. De Albert Cuypmarkt was (en is) de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam.

De verwijzing naar "marktorde" duidt op het beleid om te voorkomen dat marktkooplieden te veel macht of ruimte kregen ten koste van anderen, of dat de doorstroming en organisatie van de markt in het geding kwam. De vermelding van de geboortedatum van de nieuwe knecht (4 april 1920) was noodzakelijk voor de identiteitscontrole en het register van de marktmeester.

Samenvatting

Het document is een formeel advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het schrijven is het verzoek van een marktkoopman, J.F. Kersting (werkzaam op de Albert Cuypmarkt, aangeduid als "AC"), om zijn huidige assistent (W. Wajia) te laten vervangen door zijn knecht, A. Holger.

De schrijver merkt op dat Kersting zowel een marktkraam heeft als een vaste winkel/zaak tegenover die plek. Hoewel de schrijver opmerkt dat deze dubbele bezetting vanuit het oogpunt van "marktorde" eigenlijk ongewenst is (omdat één persoon zo meerdere handelsplekken controleert), ziet hij geen formeel bezwaar tegen de wisseling van de persoon van de assistent, mits de oude vergunning wordt ingetrokken.

Het taalgebruik is typisch voor de Nederlandse bureaucratie uit de eerste helft van de 20e eeuw, met woorden als "diene het volgende", "zulks" en de oude spelling ("ongewenscht").

Historische Context

Het document dateert van 16 november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de regels voor marktkooplieden en vergunningen strikt gehandhaafd en vaak verder aangescherpt. De Albert Cuypmarkt was (en is) de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam.

De verwijzing naar "marktorde" duidt op het beleid om te voorkomen dat marktkooplieden te veel macht of ruimte kregen ten koste van anderen, of dat de doorstroming en organisatie van de markt in het geding kwam. De vermelding van de geboortedatum van de nieuwe knecht (4 april 1920) was noodzakelijk voor de identiteitscontrole en het register van de marktmeester.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 3