Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 6 november 1940. N. Gobitz, wonende aan de Pl. [Plantage] Parklaan 23-I te Amsterdam. De Weled. Heer Directeur der Marktwezen te Amsterdam. Nº 25/226/M. 1940 Amsterdam 6 Nov: 1940.
Weled Heer Directeur
der
Marktwezen.
Amsterdam zie Insp.
Weled. Heer.
Naar aanleiding eener onderhoud
met den inspecteur der marktwezen, richt ik mij
tot U, betreffende een dispensatie of tijdelijke
schorsing van bezetten eener standplaats in den
Alb: Cuijpstraat.
Ik ben in het bezit van een
voorkeurskaart Nº 535, en gezien ik altijd op een
ongeregelde basis heb zaken gedaan, wat niet meer
kon, ben ik sedert dit jaar in de geregelde handel
gegaan, doch de wet schrijft voor dat men een basis
moet hebben, van het jaar 1938-1939, en aangezien
ik dit niet had, heb ik van het textiel-bureau te
den Haag een speciale toewijzing gekregen, doch deze
houd nu op, zodoende kan ik niet voldoende goederen
krijgen.
Ik wil niet gaarne dit nummer mijner
voorkeurskaart verliezen, en verzoek Ued beleefd gezien
de omstandigheden mij terwille te willen zijn, en mij
een uitstel te geven tot het bereiken der markt Alb Cuijpstr.
U beleefd dankzeggend verblijf ik
met de meeste hoogachting
N. Gobitz.
Pl. Parklaan 23-I
Amsterdam.
[handtekening: N. Gobitz] * Doel van de brief: De afzender verzoekt om uitstel (dispensatie) voor de verplichting om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt te bezetten. Hij vreest zijn "voorkeurskaart" (en daarmee zijn vaste plek) kwijt te raken als hij door gebrek aan handelswaar niet kan verschijnen.
* Problematiek: De briefschrijver is overgestapt van "ongeregelde" naar "geregelde" handel. Omdat hij echter geen bedrijfsgegevens (een "basis") over de jaren 1938-1939 kan overleggen, krijgt hij geen nieuwe toewijzing van het Rijksbureau voor Textiel meer. Zonder deze toewijzing kan hij geen nieuwe voorraad inkopen.
* Stijl: De brief is geschreven in een beleefde, formele toon ("Weled. Heer", "Ued beleefd"), gebruikelijk voor officiële correspondentie in die tijd. * Oorlogstijd: De brief is gedateerd in november 1940, tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland.
* Schaarste en distributie: Het document illustreert de toenemende regeldruk en schaarste. Om handel te drijven in textiel was men afhankelijk van toewijzingen van het 'Textielbureau'. Dit bureau hanteerde strikte referentiejaren (1938-1939) voor het toekennen van quota.
* Persoonlijke achtergrond: De naam Gobitz en het adres in de Plantagebuurt (Pl. Parklaan) wijzen erop dat de afzender van Joodse afkomst was. In deze periode begonnen de eerste restricties voor Joodse marktkooplieden en ondernemers merkbaar te worden, hoewel de brief hier nog spreekt over algemene bureaucratische hindernissen in de textielhandel. N. Gobitz Marktwezen Rijksbureau