Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 106
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Typschrift (doorslag of archiefkopie van een verzonden brief).

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam).

Origineel

Typschrift (doorslag of archiefkopie van een verzonden brief). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Lex Gr. de Haer.

VP/HG.

Verzonden 23/11-'40
den Heer A. Onrust,
Kerkstraat 54,
Oostzaan.

25/230/2 M. 22 November 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 November jl. bericht ik U, dat dezerzijds geen bezwaar bestaat, indien U voorloopig gedurende ten hoogste twee maanden na dato dezes geen gebruik maakt van de U verstrekte voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat. Het verschuldigde marktgeld behoeft U gedurende dien tijd niet te betalen.

Wat Uw verzoek met betrekking tot Uw standplaats in de Lepelstraat betreft diene, dat U dit verzoek behoort te richten tot den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis alhier.

De Directeur, Deze brief is een administratieve reactie op een verzoek van een markthandelaar, de heer A. Onrust. De essentie van de brief is tweeledig:
1. Vrijstelling Albert Cuypmarkt: Onrust krijgt toestemming om zijn 'voorkeurskaart' (een bewijs van vaste standplaatsrechten) voor de Albert Cuypmarkt maximaal twee maanden niet te gebruiken zonder deze te verliezen. Tevens wordt hij voor die periode vrijgesteld van het betalen van staangeld.
2. Verwijzing Lepelstraat: Voor een verzoek betreffende een standplaats in de Lepelstraat wordt hij doorverwezen naar de Wethouder voor de Levensmiddelen in het stadhuis van Amsterdam ("alhier").

De brief is formeel van aard en getuigt van een strikte ambtelijke hiërarchie en procedurele afhandeling van marktvergunningen. De brief is geschreven in november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht louter administratief lijkt, is de tijdsgeest van belang:
* Voedselvoorziening: De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal. Tijdens de bezetting werd de voedseldistributie en de controle op markten steeds strenger gereguleerd vanuit het centrale stadsbestuur.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt en de Lepelstraat (gelegen bij de Weesperstraat) bevonden zich in of nabij buurten met een grote Joodse populatie. In de loop van 1941 zouden de beperkingen voor Joodse markthandelaren drastisch toenemen, maar in november 1940 lijken de reguliere administratieve regels nog grotendeels van kracht.
* Persoonlijk: Het verzoek om tijdelijk te stoppen en geen marktgeld te betalen kan duiden op persoonlijke omstandigheden van de heer Onrust, of op de beginnende schaarste aan goederen waardoor handel drijven bemoeilijkt werd. A. Onrust Stadhuis

Samenvatting

Deze brief is een administratieve reactie op een verzoek van een markthandelaar, de heer A. Onrust. De essentie van de brief is tweeledig:
1. Vrijstelling Albert Cuypmarkt: Onrust krijgt toestemming om zijn 'voorkeurskaart' (een bewijs van vaste standplaatsrechten) voor de Albert Cuypmarkt maximaal twee maanden niet te gebruiken zonder deze te verliezen. Tevens wordt hij voor die periode vrijgesteld van het betalen van staangeld.
2. Verwijzing Lepelstraat: Voor een verzoek betreffende een standplaats in de Lepelstraat wordt hij doorverwezen naar de Wethouder voor de Levensmiddelen in het stadhuis van Amsterdam ("alhier").

De brief is formeel van aard en getuigt van een strikte ambtelijke hiërarchie en procedurele afhandeling van marktvergunningen.

Historische Context

De brief is geschreven in november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht louter administratief lijkt, is de tijdsgeest van belang:
* Voedselvoorziening: De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal. Tijdens de bezetting werd de voedseldistributie en de controle op markten steeds strenger gereguleerd vanuit het centrale stadsbestuur.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt en de Lepelstraat (gelegen bij de Weesperstraat) bevonden zich in of nabij buurten met een grote Joodse populatie. In de loop van 1941 zouden de beperkingen voor Joodse markthandelaren drastisch toenemen, maar in november 1940 lijken de reguliere administratieve regels nog grotendeels van kracht.
* Persoonlijk: Het verzoek om tijdelijk te stoppen en geen marktgeld te betalen kan duiden op persoonlijke omstandigheden van de heer Onrust, of op de beginnende schaarste aan goederen waardoor handel drijven bemoeilijkt werd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Stadhuis

Gerelateerde Documenten 3