Doorslag van een officiële ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een officiële ambtelijke brief. 22 november 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Afdeling Marktwezen van de Gemeente Amsterdam). Den Heer A. Onrust, Kerkstraat 54, Oostzaan. [Handgeschreven rechtsboven:] Lw. Gh. de Haer
[Getypt rechtsboven:] VP/HG.
[Handgeschreven diagonaal linksboven:] extra
den Heer A. Onrust,
Kerkstraat 54,
O o s t z a a n .
25/230/2 M. 22 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 November jl. bericht
ik U, dat dezerzijds geen bezwaar bestaat, indien U voorloopig ge-
durende ten hoogste twee maanden na dato dezes geen gebruik maakt
van de U verstrekte voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat.
Het verschuldigde marktgeld behoeft U gedurende dien tijd niet te
betalen.
Wat Uw verzoek met betrekking tot Uw standplaats in de
Lepelstraat betreft diene, dat U dit verzoek behoort te richten tot
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis alhier.
De Directeur, Deze brief is een formeel besluit gericht aan een marktkoopman, de heer A. Onrust uit Oostzaan. Het document bevat twee belangrijke mededelingen:
- Albert Cuypmarkt: Onrust krijgt toestemming om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt voor maximaal twee maanden onbezet te laten zonder zijn 'voorkeurskaart' (vergunning) te verliezen. Tevens wordt hij voor deze periode vrijgesteld van het betalen van marktgeld.
- Lepelstraat: Voor een verzoek aangaande een standplaats in de Lepelstraat (nabij de Weesperstraat) wordt hij doorverwezen naar de Wethouder voor de Levensmiddelen in het Raadhuis van Amsterdam.
De brief is kort en zakelijk van toon, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De handgeschreven notitie "extra" zou kunnen wijzen op een bijzondere behandeling of een kopie voor een specifiek dossier. De datum van de brief, 22 november 1940, plaatst het document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode functioneerde het Nederlandse ambtelijke apparaat nog grotendeels volgens de bestaande regels, maar onder toezicht van de bezetter.
De Albert Cuypmarkt en de markt in de Lepelstraat waren cruciale plekken voor de voedselvoorziening in Amsterdam. De Lepelstraat lag in de Jodenbuurt; rond deze tijd begonnen de eerste beperkende maatregelen tegen Joodse marktkooplieden van kracht te worden, hoewel deze specifieke brief daar geen directe aanwijzing voor geeft (Onrust is een typisch Nederlandse naam). De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept hoe de marktreguleringskwesties direct verbonden waren met de bredere politiek van voedseldistributie tijdens de oorlog. De marktmeester of directeur van het marktwezen beheerde de uitvoering, maar het beleid lag bij de wethouder. A. Onrust Gemeente Amsterdam Marktwezen