Administratief adviesbericht betreffende een markthandelverzoek.
Origineel
Administratief adviesbericht betreffende een markthandelverzoek. 21 november 1940 (met een referentienummer gedateerd op 11/11/40). Een ambtenaar van de Dienst van het Marktwezen (ondertekend door J. v. Maerkerken of vergelijkbaar). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam ("Alhier"). Advies op No 25/232 / 11/11/40
den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
Mw. P. Ten Hoeve-van Putten, echtgenoote van
den v.h. 663 AL B Ten Hoeve, diene het volgende:
Mw. Ten Hoeve maakt gebruik van het voorkeurs-
recht, dat aan haar man is verleend en wenscht
zich te doen assisteeren door haar moeder G. Pitting
Cornelisdr, geb. 20-12-87.
Het artikel, dat Mw. Ten Hoeve verkoopt, is rauwe Zeeuwsche
mosselen.
Bedoeling is, dat haar moeder verzoekster zal
helpen bij het schoonmaken van het te ver-
koopen artikelen.
Voorzoover dezerzijds is na te gaan, betreft het
hier een gewoon bijstandsgeval.
Tegen inwilliging van het verzoek bestaat
nu geen bezwaar.
Amsterdam, 21 Nov. '40.
(w.g.) J. v. Maerkerken Dit document is een ambtelijk advies over de personele bezetting van een marktkraam in Amsterdam tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting. Mevrouw Ten Hoeve-van Putten drijft handel onder het "voorkeursrecht" van haar echtgenoot (waarschijnlijk vergunninghouder nr. 663 AL B). Het voorkeursrecht hield in dat familieleden onder bepaalde voorwaarden de handelsplaats van een vergunninghouder mochten overnemen of waarnemen.
De kern van het verzoek is toestemming voor haar moeder, Geertruida Pitting (Cornelisdochter), om te helpen bij de verkoop van rauwe Zeeuwse mosselen. Haar specifieke taak is het schoonmaken van de koopwaar. De ambtenaar oordeelt dat dit een "gewoon bijstandsgeval" is, wat suggereert dat dergelijke verzoeken voor familiehulp gebruikelijk waren en binnen de geldende marktverordeningen pasten. Er wordt dan ook een positief advies gegeven ("geen bezwaar"). Het document dateert van 21 november 1940. Hoewel Nederland op dat moment reeds bezet was door nazi-Duitsland, bleven de gemeentelijke diensten zoals de Dienst van het Marktwezen in eerste instantie volgens de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving functioneren.
De verkoop van mosselen was een belangrijke pijler van de Amsterdamse straathandel en volksvoeding. De strikte administratieve afhandeling van zelfs kleine wijzigingen (zoals een moeder die haar dochter helpt met schoonmaken) illustreert de verregaande regulering van de Amsterdamse markten in die tijd. De vermelding "Cornelisdr" (Cornelisdochter) is een archaïsche vorm van naamgeving die destijds nog in officiële documenten werd gebruikt ter identificatie.