Doorslag (carbonkopie) van een officiële ambtelijke waarschuwingsbrief.
Origineel
Doorslag (carbonkopie) van een officiële ambtelijke waarschuwingsbrief. 18 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of het Marktwezen). [Handgeschreven:] extra [Stempel/Typsel:] HG.
18 November 1940
Mij is gerapporteerd, dat U op Woensdag 13 November jl. de markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten.
Ik maan U hierbij aan U ten deze voortaan stipt aan den vastgestelden tijd te houden.
De Directeur,
Gezonden aan:
G.Platvoet, Danie Theronstraat 38 II 25/233/2
J.Schouwenaar, Stuyvesantstraat 50 II 25/233/3
J.Baars, Alb.Cuypstraat 82 I 25/233/4
D.Pool, Kazernestraat 20 II 25/233/5
J.B.Ruimschoot, Gov.Flinckstraat 163 I 25/233/6
J.de Rooy, 1e J.v.Campenstraat 24 hs 25/233/7 Dit document is een collectieve berisping gericht aan zes marktkooplieden. De overtreding betrof het niet tijdig ontruimen van hun standplaats op de Albert Cuypmarkt op woensdag 13 november 1940. De brief hanteert een strikt ambtelijke toon ("Ik maan U hierbij aan").
Onderaan het document staat een lijst met de specifieke personen aan wie deze waarschuwing is verstuurd, inclusief hun huisadressen (voornamelijk in de Amsterdamse wijken De Pijp en Oost) en administratieve kenmerken aan de rechterzijde. De codes zoals "25/233/2" duiden waarschijnlijk op dossier- of vergunningsnummers binnen het archief van het Marktwezen. De datum van de brief, november 1940, plaatst dit schrijven in de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd de handhaving van regels in de openbare ruimte, waaronder de markttijden, aangescherpt. Dit had deels te maken met de algemene ordehandhaving en deels met de strikte verduisteringsvoorschriften (blackout) die van kracht waren; de straat moest voor het vallen van de avond leeg en verduisterd zijn.
De Albert Cuypmarkt was in 1940 al een centrale economische spil in Amsterdam. De bureaucratische nauwkeurigheid waarmee dergelijke kleine overtredingen werden vastgelegd, is kenmerkend voor het Nederlandse bestuurlijke apparaat dat onder toezicht van de bezetter bleef functioneren. Voor de genoemde kooplieden kon een dergelijke waarschuwing bij herhaling leiden tot het intrekken van de marktvergunning, wat in oorlogstijd een verlies van bestaansrecht betekende. Marktwezen