Doorslag van een verzonden officiële brief (kennisgeving van strafoplegging).
Origineel
Doorslag van een verzonden officiële brief (kennisgeving van strafoplegging). 18 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen, Amsterdam). Den Heer H. Padberg, Rustenburgerstraat 362 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven linksboven:]
Verzonden 18/11
[Handgeschreven rechtsboven:]
zo en l.u. m de lee [?]
den Heer H. Padberg,
Rustenburgerstraat 362 I,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 22.
25/233/10 M 18 November 1940.
My is gerapporteerd, dat U op 13 November jl. de markt
aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tydstip met
Uw goederen had verlaten. U heeft daarmede de voorwaarde over-
treden, die was verbonden aan de U voorwaardelyk opgelegde straf,
waarvan U met myn brief d.d. 16 Juli jl. (No.25/133/2 M) mede-
deeling is gedaan. De bedoelde straf, zynde ontneming van het
recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen
voor den tyd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Boven-
dien straf ik U, op grond van de overtreding van 13 November jl.
met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een
plaats in te nemen, eveneens voor den tyd van een dag; beide
straffen worden ten uitvoer gelegd op Woensdag 20 en Donderdag
21 November 1940.
De Directeur, Het betreft een administratieve sanctie tegen een marktkoopman in Amsterdam. De heer H. Padberg heeft op 13 november 1940 de regels overtreden op de Albert Cuypmarkt door zijn goederen niet op tijd te verwijderen. Omdat hij nog een voorwaardelijke straf had openstaan uit juli van datzelfde jaar, wordt deze nu omgezet in een onvoorwaardelijke straf. Samen met de sanctie voor de nieuwe overtreding resulteert dit in een marktverbod van twee dagen voor alle markten in de stad ("hier ter stede").
De brief hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "my", "tydstip", "jl."). De vermelding "Wyk 22" verwijst naar de administratieve indeling van de stad of het marktwezen. De datum van de brief, 18 november 1940, valt in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud van de brief een puur civiele, ordelijke kwestie lijkt, laat het zien dat de gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van marktregels onverminderd van kracht bleven onder het bezettingsbestuur. Voor marktkooplieden was de Albert Cuypmarkt een vitale plek voor hun inkomen; een uitsluiting van twee dagen betekende in die schaarse oorlogstijd een aanzienlijke financiële strop. De Rustenburgerstraat, waar de ontvanger woonde, ligt in de directe nabijheid van de Albert Cuypmarkt in de wijk De Pijp. H. Padberg Marktwezen