Doorslag van een officiële disciplinaire brief.
Origineel
Doorslag van een officiële disciplinaire brief. 20 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktbureau van Amsterdam). den Heer H. Koelewijn, 1e Sweelinckstraat 20 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven rechtsboven:] 20 can. aan de Heer [onleesbaar]
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 20/11
[Rechtsboven:] HG.
den Heer H.Koelewijn,
1e Sweelinckstraat 20 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
25/234/23 M.
20 November 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Vrijdag 15 November jl. de
markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tijdstip
met Uw goederen had verlaten. U heeft daarmede de voorwaarde over-
treden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf,
waarvan U met mijn brief d.d. 2 Augustus jl. (No.25/149/5 M.) mede-
deeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht
om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd
van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U,
op grond van de overtreding van 15 November jl. met ontneming van
het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen,
eveneens voor den tijd van één dag; beide straffen worden ten uit-
voer gelegd op Maandag 25 en Dinsdag 26 November a.s.
De Directeur, Deze brief is een officiële mededeling van een strafmaatregel aan een markthandel (H. Koelewijn). De handelaar heeft op vrijdag 15 november 1940 de markt op de Albert Cuypstraat niet op tijd verlaten. Dit wordt beschouwd als een overtreding van de marktvoorschriften.
De consequentie is tweeledig:
1. Een eerder opgelegde voorwaardelijke straf (van 2 augustus 1940) wordt nu onvoorwaardelijk: één dag ontzegging van het recht om op de markt te staan.
2. Er wordt een nieuwe straf opgelegd voor de huidige overtreding: eveneens één dag ontzegging.
De totale straf is een marktverbod voor alle markten in de stad Amsterdam op maandag 25 en dinsdag 26 november 1940. Het document dateert uit november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een puur administratief en disciplinair karakter heeft betreffende de marktorde, valt deze in een periode waarin de regeldruk op de bevolking en economische activiteiten door de bezetter en het meewerkende ambtenarenapparaat toenam.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam. De ontvanger van de brief woonde in de 1e Sweelinckstraat, in de buurt 'De Pijp', op loopafstand van zijn werkplek. Het document biedt een inkijkje in de strikte handhaving van gemeentelijke verordeningen in oorlogstijd. H. Koelewijn Marktwezen