Ambtelijke notitie / intern adviesblad (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijke notitie / intern adviesblad (Alg. Zaken Model No. 14). November 1940 – januari 1941 (verschillende dateringen door annotaties). [Stempel linksboven]
B IJ B L A D V A N :
M. No. 25/234/24 1940
DOORGEZONDEN: 23/11
[Handgeschreven tekst in potlood - midden]
Verzoek van adressante om
des zondags de plaats op de
markt te mogen innemen, kan m.i.
niet worden ingewilligd.
Ten aanzien van de betaling merk
ik op, dat door B en W is beslist, dat
geen restitutie van marktgeld wordt
verleend.
13-12-’40
de Haan
[Handgeschreven tekst in rood - bovenzijde]
Bericht rapport
M.O. af
16-12-’40
Opbergen advies
27-11-’40
de Haan
Eveliens nu
momenteel ge-plaatste meid
gaat in Frankrijk werken 23-12-40
de Haan
[Handgeschreven tekst linksonder]
Oproepen
18-12 40
de Haan
[Handgeschreven tekst onderaan]
M.i. is het beter, dat
een en ander mondeling met Eveliens
wordt afgedaan. Oproepen bij U?
16/12 40 de Haan
[Kleine notities in het midden/onder, deels doorgehaald]
Dit laatste i.v.m. brief.
In opdracht met hem
bij herhaling 4-1-41 wordt nu
nader nagegaan tijdelijke verlaging
tarief mogelijkheid uitstalling 6-1-41 Dit document is een administratief verzamelblad waarop verschillende stadia van een verzoek worden afgehandeld. De kern is een afwijzing: de adressante (waarschijnlijk mevrouw Eveliens) mag geen marktplaats op zondag innemen. Tevens wordt een verzoek tot terugbetaling van reeds betaald marktgeld resoluut afgewezen op basis van een besluit van Burgemeester en Wethouders (B en W).
Opvallend zijn de verschillende administratieve lagen:
1. De hoofdbeslissing: Geschreven door De Haan op 13 december 1940.
2. De personele noot: In rode inkt wordt vermeld dat een "geplaatste meid" in Frankrijk gaat werken. Dit kan duiden op bemoeienis met arbeidsbemiddeling of de gezinssituatie van de verzoekster.
3. De procedurele afhandeling: Er wordt geadviseerd de zaak mondeling af te doen in plaats van schriftelijk, wat vaak gebeurde bij gevoelige of complexe sociale zaken. Het document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). De bureaucratie van Nederlandse gemeenten draaide in deze periode doorgaans op de oude voet verder.
De vermelding van het werken in Frankrijk in december 1940 is historisch interessant. Dit valt in de periode waarin de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling) nog niet op grote schaal was ingevoerd, maar waarbij mensen wel al (al dan niet onder zachte drang) werden aangemoedigd om te gaan werken in andere door Duitsland bezette gebieden.
De strikte regels omtrent markten op zondag hebben waarschijnlijk te maken met de toenmalige Zondagswet en de sterke invloed van de christelijke moraal op de marktverordeningen, die ook onder de bezetting in stand bleven.