Administratief bijblad/notitie van de gemeente Amsterdam betreffende marktwezen.
Origineel
Administratief bijblad/notitie van de gemeente Amsterdam betreffende marktwezen. Gedateerd tussen 20 november 1940 en 7 januari 1941. [Links boven, in kader]
BIJBLAD VAN:
M.^e No. 25/236/1 1940
DOORGEZONDEN: 20/11
[Rechts boven]
13
[Hoofdtekst bovenzijde]
F. J. Breedschneider
pl. 20 Albert Cuypstraat
heeft geen assistentievergunning.
[Hoofdtekst midden]
Tegen inwilliging van het verzoek van F. J. Breedschneider, om zich op zijn plaats op de markt aan de Alb. Cuypstraat tot wederopzegging te mogen laten assisteren – niet vervangen – door Mej. Wilko v. Mares, geb. 18-8-'14, bestaat m.i. geen bezwaar.
( Zie rapport Chef marktwp )
[Rechts midden, handgeschreven kanttekening]
advies
22-11-'40
deHaas
[Onderzijde, linksonder met rode stempel/inkt]
25/236/252
7/1/41 [gevolgd door paraaf]
[Onderzijde, rechtsonder handgeschreven]
model Assistentie verz 6/1'41
2-1-41
deHaas
[Onderrand, gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document betreft een aanvraag voor een assistentievergunning voor een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt.
* Betrokkenen: De vergunninghouder is F. J. Breedschneider (standplaats 20). De beoogde assistente is Mej. Wilko v. Mares, geboren op 18 augustus 1914.
* Besluitvorming: Er wordt expliciet vermeld dat het gaat om assisteren en niet om vervangen. De ambtenaar (mogelijk genaamd 'de Haas') geeft een positief advies ("geen bezwaar"), steunend op een rapport van de "Chef marktwp" (waarschijnlijk Chef Marktwezen of Marktpolitie).
* Administratieve gang: De afhandeling beslaat de periode van eind november 1940 tot begin januari 1941, zichtbaar door de verschillende dateringen van ontvangst, advies en uiteindelijke registratie. Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940 - januari 1941). De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was ook tijdens de oorlog een cruciaal punt voor de voedselvoorziening en handel. De bureaucratische nauwkeurigheid waarmee assistentievergunningen werden vastgelegd, is kenmerkend voor het Amsterdamse marktoezicht.
In deze periode werden de regels voor marktkooplui steeds strenger, mede door de invoering van distributiemaatregelen en later de anti-Joodse verordeningen (hoewel daar in dit specifieke document over Breedschneider geen directe aanwijzing voor is). Het onderscheid tussen 'assisteren' en 'vervangen' was juridisch van belang: een assistent mocht de houder helpen, maar de houder bleef persoonlijk verantwoordelijk voor de standplaats.