Officiële brief/aanschrijving.
Origineel
Officiële brief/aanschrijving. 4 december 1940. De Directeur van het Marktwezen. [Logo: Wapen van Amsterdam met drie kruizen]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 25/244/5 M
BIJLAGE
ONDERWERP :
AMSTERDAM (W.) 4 December 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer N. Ketellapper,
Lepelstraat 61 huis,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt ge-
geven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om Uw
plaats op de markt Albert Cuypstraat
regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge ar-
tikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrok-
ken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op
6 of 9 December a.s. te 10 uur v.m. te komen
by den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam-West.
De Directeur,
[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526.
--- * Juridische grondslag: De brief citeert artikel 11 van het 'Reglement op de Markten'. Dit artikel stelde dat marktkooplieden hun toegewezen plaats regelmatig moesten bezetten op straffe van intrekking van de vergunning.
* Procedure: De brief dient als een officiële vooraankondiging van een besluit. De geadresseerde krijgt de kans op een hoorgesprek (hoorplicht) bij de inspecteur voordat het definitieve besluit tot intrekking wordt genomen.
* Taalgebruik: Formele, ambtelijke stijl met destijds gebruikelijke spelling ("schriftelyke", "myn", "Wyk").
* Locatie: De dienst was gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14, nabij de Centrale Markthallen.
--- Deze brief dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een louter administratieve reden opgeeft (het niet bezetten van de kraam), is de bredere historische context van cruciaal belang.
De geadresseerde, Nathan Ketellapper (1881-1943), was een Joodse marktkoopman. In de loop van 1940 en 1941 werden de leef- en werkomstandigheden voor Joodse Amsterdammers systematisch bemoeilijkt door de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties. Het 'niet bezetten' van een marktplaats was vaak geen onwil, maar het gevolg van toenemende restricties, intimidatie of de onmogelijkheid om nog aan goederen te komen.
Kort na deze brief, in 1941, volgde een algeheel verbod voor Joden om op openbare markten te staan; zij werden verbannen naar specifieke 'Joodse markten'. Nathan Ketellapper en zijn gezin werden uiteindelijk gedeporteerd. Nathan werd in juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document is daarmee een stille getuige van de administratieve uitsluiting die voorafging aan de fysieke vernietiging.