Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 207
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstkaart/Oproeping van de marktkontrole.

Origineel

Dienstkaart/Oproeping van de marktkontrole. [Linkerzijde]
Opgeroepen per
(datum) 9 of 6 Dec '40 (uur) 10
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
Alb. Cuypstraat
pl. 167
gewaarschuwd 24-10-40
komt alleen 's Zaterdags

Aan
J. Ooms
Middenweg A 283
Oostzaan

4/12/40 [paraaf]
Nº 25/44/7 M. 1940 3/12 [stempel]

[Rechterzijde]
Aanteekeningen Inspecteur:
Zal twee maanden
uitstel vragen. In ver-
band met slachtver-
bod heeft Onrust
niet voldoende handel.
9-12-'40
de Boer

Th. van Meerkerken
K.K.
[Handtekening, mogelijk Smit] 12/12 40
vrb 13/12 R Dit document is een administratieve kaart van de Amsterdamse marktinventarisatie of -inspectie uit het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is dat marktkoopman J. Ooms zijn toegewezen plaats (nummer 167) op de Albert Cuypmarkt niet regelmatig bezet, wat in strijd is met de marktverordening. Hij was hiervoor al in oktober 1940 gewaarschuwd.

Uit de aantekeningen van inspecteur De Boer blijkt dat de koopman om twee maanden uitstel vraagt. De reden is bedrijfseconomisch van aard: door een "slachtverbod" is er onvoldoende handel om de kraam dagelijks rendabel te exploiteren; hij komt daarom momenteel alleen op zaterdag. Opvallend is dat de inspecteur de naam "Onrust" noemt in zijn aantekening, terwijl de kaart geadresseerd is aan J. Ooms. Dit kan duiden op een compagnon, een bedrijfsnaam, of een verschrijving.

De kaart toont de ambtelijke verwerking van het verzoek, met diverse parafen en data die wijzen op een hiërarchische afhandeling tussen 4 en 13 december 1940. Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde term "slachtverbod" is hierbij cruciaal. Tijdens de bezetting voerden de Duitsers via de distributiestelsels en de Rijksbureaus strenge controles in op de voedselvoorziening. Slachtverboden of zeer beperkende quota werden ingesteld om de veestapel te controleren en de export naar Duitsland te waarborgen.

Voor een zelfstandige slager of vleeshouwer op de markt betekende dit dat de aanvoer van handel stokte. De Albert Cuypmarkt was (en is) een vitale plek voor de Amsterdamse voedselvoorziening, maar de regels voor plaatshouders waren streng: wie zijn plek niet benutte, raakte deze kwijt aan een ander op de wachtlijst. De inspecteur lijkt hier een menselijke maat te hanteren door de penibele situatie van de handelaar te noteren.

Samenvatting

Dit document is een administratieve kaart van de Amsterdamse marktinventarisatie of -inspectie uit het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is dat marktkoopman J. Ooms zijn toegewezen plaats (nummer 167) op de Albert Cuypmarkt niet regelmatig bezet, wat in strijd is met de marktverordening. Hij was hiervoor al in oktober 1940 gewaarschuwd.

Uit de aantekeningen van inspecteur De Boer blijkt dat de koopman om twee maanden uitstel vraagt. De reden is bedrijfseconomisch van aard: door een "slachtverbod" is er onvoldoende handel om de kraam dagelijks rendabel te exploiteren; hij komt daarom momenteel alleen op zaterdag. Opvallend is dat de inspecteur de naam "Onrust" noemt in zijn aantekening, terwijl de kaart geadresseerd is aan J. Ooms. Dit kan duiden op een compagnon, een bedrijfsnaam, of een verschrijving.

De kaart toont de ambtelijke verwerking van het verzoek, met diverse parafen en data die wijzen op een hiërarchische afhandeling tussen 4 en 13 december 1940.

Historische Context

Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde term "slachtverbod" is hierbij cruciaal. Tijdens de bezetting voerden de Duitsers via de distributiestelsels en de Rijksbureaus strenge controles in op de voedselvoorziening. Slachtverboden of zeer beperkende quota werden ingesteld om de veestapel te controleren en de export naar Duitsland te waarborgen.

Voor een zelfstandige slager of vleeshouwer op de markt betekende dit dat de aanvoer van handel stokte. De Albert Cuypmarkt was (en is) een vitale plek voor de Amsterdamse voedselvoorziening, maar de regels voor plaatshouders waren streng: wie zijn plek niet benutte, raakte deze kwijt aan een ander op de wachtlijst. De inspecteur lijkt hier een menselijke maat te hanteren door de penibele situatie van de handelaar te noteren.

Locaties

Amsterdam (Albert Cuypstraat).

Gerelateerde Documenten 3