Ambtelijk advies/notitie.
Origineel
Ambtelijk advies/notitie. Amsterdam, 13 december 1910. Vermoedelijk een marktmeester of lagere ambtenaar (ondertekend door J. van Mouwerik). Advies op No 25/240/1 Pf/fa
Den WelEd. Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
H. G. Meuremans, pl. 27/3 W.P., dien ik het volgende:
Bedoeling van verzoeker is toestemming te
verkrijgen om slechts éénmaal per week, nl. op
Zaterdag, zijn vaste plaats in te nemen.
Meuremans is een Waterloopleinkoopman,
die op deze wijze den Zaterdag exploitabel
wenscht te maken.
Uit den aard der zaak is inwilliging van het
verzoek uit een oogpunt van marktorde onge-
wenscht.
M.i. dient het verzoek te worden afgewezen.
Amsterdam, 13 Dec 1910.
[Handtekening: J. van Mouwerik] * Inhoud: Het document betreft een negatief advies over het verzoek van een zekere heer Meuremans. Meuremans heeft een vaste standplaats op het Waterlooplein (aangeduid als "pl. 27/3 W.P."), maar wil deze alleen op de drukke zaterdagen gebruiken om de dag "exploitabel" (rendabel) te maken.
* Argumentatie: De ambtenaar adviseert tegen het inwilligen van dit verzoek. De hoofdreden is de "marktorde". Het incidenteel bezetten van een vaste plek wordt als ongewenst beschouwd, waarschijnlijk omdat dit de continuïteit van de markt verstoort of oneerlijke concurrentie creëert ten opzichte van kooplieden die er de hele week staan.
* Stijl: Kort, zakelijk en beslist ("M.i. dient het verzoek te worden afgewezen"). Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten aan het begin van de 20e eeuw. Het Waterlooplein was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. In die tijd was er een spanningsveld tussen de individuele wensen van de kooplieden, die zochten naar maximale winst tegen minimale kosten (zoals alleen op marktdagen verschijnen), en de gemeente, die streefde naar een ordelijk en dagelijks gevuld marktbeeld. Vaste standplaatsen brachten indertijd vaak de verplichting met zich mee om ook daadwerkelijk aanwezig te zijn, om te voorkomen dat de markt een gatenkaas aan lege plekken zou worden op minder drukke dagen. Meuremans probeerde hier onderuit te komen, maar stuitte op de bureaucratische noodzaak voor "marktorde".