Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 248
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officieel waarschuwingsbericht/dienstbrief.

13 december 1940. Dossier: 25/251/2, 25/251/3, 25/251/4, 25/251/5, 25/251/6, 25/251/7

Origineel

Doorslag van een officieel waarschuwingsbericht/dienstbrief. 13 december 1940. [Handgeschreven rechtsboven:]
In de lade

[Getypte lijst van geadresseerden:]
No.25/251/2 M M.Appelboom Rapenburgerstraat 185 I
No.25/251/3 M B.Groenteman Valkenburgerstraat 184 I
No.25/251/4 M H.van Brussel Rustenburgerstraat 337 I
No.25/251/5 M J.Volkers Govert Flinckstraat 148 II
No.25/251/6 M S.Pront Danie Theronstraat 1 huis
No.25/251/7 M C.Grosze Nipper Albert Cuypstraat 125 hs

[Handgeschreven in het midden:]
verzonden 13/12

[Datum:]
13 December 1940.

[Inhoud:]
Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 7 December jl. de markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten.

Ik maan U hierbij aan U ten deze voortaan stipt aan den vastgestelden tijd te houden.

De Directeur, Dit document is een collectieve berisping gericht aan zes verschillende marktkooplieden die op zaterdag 7 december 1940 te lang op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam waren blijven staan. De "Directeur" (waarschijnlijk van de gemeentelijke marktdienst) wijst hen op de regels betreffende de sluitingstijden van de markt.

Het document is administratief van aard:
* De handgeschreven notitie "In de lade" suggereert dat dit een kopie was voor de eigen administratie of een specifiek dossier.
* De notitie "verzonden 13/12" bevestigt de verzenddatum.
* De adressen bevinden zich voornamelijk in de Joodse buurt (Rapenburgerstraat, Valkenburgerstraat) en de Pijp (Albert Cuypstraat, Govert Flinckstraat), wijken waar veel marktkooplieden woonden. Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale, bureaucratische waarschuwing lijkt over markttijden, krijgt het document een beladen betekenis door de datum (december 1940) en de identiteit van de geadresseerden. We bevinden ons in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland.

Namen als Appelboom, Groenteman en Pront wijzen op een Joodse achtergrond. Uit archiefonderzoek (zoals de database van het Joods Monument) blijkt dat meerdere van de hier genoemde personen de oorlog niet hebben overleefd:
* Mozes Appelboom (1910) werd in 1942 in Auschwitz vermoord.
* Barend Groenteman (1891) werd in 1942 in Auschwitz vermoord.
* Simon Pront (1904) werd in 1942 in Auschwitz vermoord.

Dit document illustreert hoe het dagelijks leven en de administratieve controle in Amsterdam doorgingen tijdens het begin van de bezetting. Voor Joodse marktkooplieden werd de situatie kort na deze brief drastisch slechter: in 1941 werden zij geweerd van de reguliere markten en gedwongen te verkopen op speciaal daarvoor ingerichte "Joodse markten", alvorens de deportaties begonnen. De strikte handhaving van regels, zoals in deze brief getoond, was onderdeel van een systeem dat steeds nauwer toezicht hield op deze bevolkingsgroep. Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een collectieve berisping gericht aan zes verschillende marktkooplieden die op zaterdag 7 december 1940 te lang op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam waren blijven staan. De "Directeur" (waarschijnlijk van de gemeentelijke marktdienst) wijst hen op de regels betreffende de sluitingstijden van de markt.

Het document is administratief van aard:
* De handgeschreven notitie "In de lade" suggereert dat dit een kopie was voor de eigen administratie of een specifiek dossier.
* De notitie "verzonden 13/12" bevestigt de verzenddatum.
* De adressen bevinden zich voornamelijk in de Joodse buurt (Rapenburgerstraat, Valkenburgerstraat) en de Pijp (Albert Cuypstraat, Govert Flinckstraat), wijken waar veel marktkooplieden woonden.

Historische Context

Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale, bureaucratische waarschuwing lijkt over markttijden, krijgt het document een beladen betekenis door de datum (december 1940) en de identiteit van de geadresseerden. We bevinden ons in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland.

Namen als Appelboom, Groenteman en Pront wijzen op een Joodse achtergrond. Uit archiefonderzoek (zoals de database van het Joods Monument) blijkt dat meerdere van de hier genoemde personen de oorlog niet hebben overleefd:
* Mozes Appelboom (1910) werd in 1942 in Auschwitz vermoord.
* Barend Groenteman (1891) werd in 1942 in Auschwitz vermoord.
* Simon Pront (1904) werd in 1942 in Auschwitz vermoord.

Dit document illustreert hoe het dagelijks leven en de administratieve controle in Amsterdam doorgingen tijdens het begin van de bezetting. Voor Joodse marktkooplieden werd de situatie kort na deze brief drastisch slechter: in 1941 werden zij geweerd van de reguliere markten en gedwongen te verkopen op speciaal daarvoor ingerichte "Joodse markten", alvorens de deportaties begonnen. De strikte handhaving van regels, zoals in deze brief getoond, was onderdeel van een systeem dat steeds nauwer toezicht hield op deze bevolkingsgroep.

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3