Handgeschreven brief op bedrukt briefpapier.
Origineel
Handgeschreven brief op bedrukt briefpapier. 9 december 1940. G. van Gelder, Poelier en eierenhandel (gevestigd te Roerstraat 117 en Ruyschstraat 101, Amsterdam). G. VAN GELDER :-: AMSTERDAM
POELIER EN EIERENHANDEL
ROERSTRAAT 117 — RUYSCHSTRAAT 101
TELEFOON 23658
[Stempel]: N° 25/255/1 M. 1940 12/12
AMSTERDAM, 9 December 1940
WelEd: Heer
Inspekteur, Afd. Marktwezen.
[In paars potlood]: m. Insp
Ondergetekende, verzoekt UEd:
beleefd, mij toe te staan
Gedurende het Slachtverbod
om 1 x per week, mijn plaats
Albertkuijpstraat te bezetten
Dus alleen Zaterdags.
In afwachting
[Handtekening]: G v Gelder. In deze brief verzoekt poelier G. van Gelder de inspecteur van het Marktwezen om toestemming voor een uitzondering op de marktregels. Vanwege een geldend "slachtverbod" kan hij zijn handel waarschijnlijk niet op de gebruikelijke wijze voortzetten. Hij vraagt daarom om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam beperkt te mogen gebruiken, namelijk slechts één dag per week (op zaterdag).
De brief is kort en formeel van toon ("verzoekt UEd: beleefd"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De adressen op het briefpapier duiden op een bedrijf met meerdere vestigingen of een combinatie van een winkel en opslag in de Rivierenbuurt en Amsterdam-Oost. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). Het genoemde "slachtverbod" was een van de vele distributiemaatregelen die door de bezetter en het Nederlandse bestuur werden ingevoerd om de voedselvoorraad te beheersen en de zwarte handel in vlees tegen te gaan.
Voor Joodse ondernemers in Amsterdam, zoals Gerrit van Gelder (wiens zaak aan de Roerstraat in de overwegend Joodse Rivierenbuurt lag), was dit een periode van toenemende onzekerheid. Hoewel de grootschalige verwijdering van Joodse kooplieden van de markten pas later in 1941 officieel werd geëffectueerd, laten brieven als deze de dagelijkse strijd zien om een bedrijf draaiende te houden onder steeds strengere regulering en schaarste. De Albert Cuypmarkt was en is de belangrijkste dagmarkt van de stad, waar dergelijke standplaatsen essentieel waren voor de omzet van een poelier. G. van Gelder Marktwezen