Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 17 december 1940. [Stempel linksboven:] Nº 25/258/1 M. 1940 10/12
[Handgeschreven rechtsboven:] Amsterdam 17 Dec: 40
[Handgeschreven rechtsmidden in paars:] ni: hulp [gevolgd door een onleesbare paraaf en een streep]
Wel Ed gestrenge Heer!
Op 6 Dec: 40 is mijn echtgenoot W.A. Drechsler
houder van plaats 76. Alb: Cuypstr overleden
Om in mijn onderhoud en dat mijner kinderen
te voorzien is het mijn bedoeling de zaak
in Aardappelen - Groenten welke gevestigd is
in de Alb: Cuypstr perceel 122 en op de plaats
76 (voor de zaak) voort te zetten.
Op 14 Maart 1936 mocht ik van Uw Ed G. toestem-
ming verkrijgen, dat mijn Vader J. de Wit
mijn man in het etensuur mocht vervan-
gen Thans is mijn verzoek, dat mijn broer
Leendert de Wit toestemming verleend
wordt mij te assisteeren.
Zoo als u begrijpen kunt brengen mijn
[Rechtsonder:] 25 In deze brief, gedateerd 17 december 1940, richt een weduwe (wiens naam niet expliciet in de aanhef staat, maar waarschijnlijk mevrouw Drechsler-de Wit is) zich tot een autoriteit ("Wel Ed gestrenge Heer"). Zij deelt mede dat haar echtgenoot, W.A. Drechsler, op 6 december 1940 is overleden. Hij was de houder van standplaats 76 op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.
De schrijfster geeft aan dat zij de groente- en aardappelzaak wil voortzetten om in het levensonderhoud van haarzelf en haar kinderen te voorzien. De zaak is gevestigd in een pand (perceel 122) aan de Albert Cuypstraat en op de bijbehorende marktplaats.
Het specifieke verzoek in deze brief is om toestemming te krijgen voor haar broer, Leendert de Wit, om haar te assisteren bij de bedrijfsvoering. Ze refereert hierbij aan een eerdere toestemming uit 1936, waarbij haar vader haar man mocht vervangen tijdens schafttijd. De brief breekt af aan de onderkant van de pagina. De brief is geschreven in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting al een feit was, liepen veel gemeentelijke en administratieve processen in 1940 nog grotendeels door volgens de bestaande regels.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centrale plek voor handel in Amsterdam. Het overnemen van een vergunning na het overlijden van een echtgenoot was een formele procedure waarbij de gemeente toestemming moest verlenen. De bureaucratische aard van de marktvergunningen vereiste dat zelfs de hulp van familieleden officieel goedgekeurd moest worden. De paarse aantekening "ni: hulp" (mogelijk "nieuwe hulp" of "niet...") suggereert dat de ambtenaar die de brief behandelde een korte notitie maakte over de aard van het verzoek voor verdere verwerking. J. de Wit W.A. Drechsler