Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie). 2 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). den Heer J. Onrust, Zuideinde A 283, Oostzaan. extra
D/HG.
den Heer J.Onrust,
Zuideinde A 283,
OOSTZAAN.
25/257/2 M.
2 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 11 December jl. bericht ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan. Mijnerzijds bestaat er echter geen bezwaar, dat U gedurende twee maanden na dato dezes Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat niet inneemt, mits het terzake verschuldigde marktgeld regelmatig aan den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele reactie op een verzoek van de heer Onrust. Hoewel zijn oorspronkelijke verzoek (inhoud onbekend, maar verzonden per briefkaart op 11 december 1940) wordt afgewezen, wordt er een compromis geboden. Hij krijgt toestemming om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam gedurende twee maanden onbezet te laten.
* Voorwaarde: De belangrijkste voorwaarde voor het behoud van de standplaats is dat het marktgeld (de staangeldvergoeding) wel tijdig en volledig betaald blijft aan de marktmeester/marktambtenaar.
* Stijl: De taal is typisch ambtelijk en formeel voor die tijd ("na dato dezes", "mijnerzijds", "den dienstdoenden").
* Status: De handgeschreven aantekening "extra" bovenin suggereert dat dit document een speciaal afschrift was voor een specifiek dossier of een extra kopie voor de administratie. * Tijdsbeeld: De brief dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De marktregels bleven in deze periode strikt gehandhaafd door het Nederlandse civiele bestuur.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor marktkooplieden was het behoud van hun vaste plek cruciaal voor hun levensonderhoud.
* Achtergrond verzoek: Het is niet duidelijk waarom de heer Onrust zijn plek twee maanden niet wilde innemen. Redenen konden variëren van ziekte en persoonlijke omstandigheden tot de toenemende schaarste aan goederen door de oorlogssituatie, waardoor het wellicht niet rendabel was om elke dag op de markt te staan. Het feit dat hij vanuit Oostzaan moest komen, impliceert ook dat hij dagelijks een aanzienlijke reistijd had. J. Onrust M. Bovenaan