Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 312
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte officiële brief (doorslag of kopie).

6 februari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Aan: Den Heer Ph. Arons, Sint Antoniesbreestraat 19 II, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte officiële brief (doorslag of kopie). 6 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer Ph. Arons, Sint Antoniesbreestraat 19 II, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in potlood/pen, linksboven:] Extra
[Rechtsboven:] HG.

den Heer Ph.Arons,
Sint Antoniesbreestraat 19 II,
Amsterdam-Centrum.

[Links:] 25/262/2 M. [Rechts:] Wijk 2.

6 Februari 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 December jl. verleen
ik U hierbij tot uiterlijk 1 Maart a.s. uitstel van Uw verplichting
om Uw plaatsen op de markten Westerstraat en Albert Cuypstraat
regelmatig te bezetten. U dient er echter zorg voor te dragen, dat
het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld
wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Dit document is een formele kennisgeving van een Amsterdamse gemeentelijke instantie aan een marktkoopman. De kern van de brief is de toekenning van een tijdelijk uitstel van de "bezettingsplicht". Markthandelaren waren indertijd verplicht hun aangewezen standplaatsen op de markt daadwerkelijk te gebruiken; bij langdurige afwezigheid zonder toestemming liep men het risico de vergunning te verliezen.

De brief stelt twee belangrijke voorwaarden:
1. Het uitstel is tijdelijk (tot 1 maart 1941).
2. De financiële verplichting blijft onverkort van kracht: het marktgeld moet wekelijks betaald blijven worden aan de dienstdoende ambtenaar, ongeacht of de kraam er staat.

De toon is strikt bureaucratisch, wat blijkt uit de nauwkeurige verwijzing naar eerdere correspondentie ("Uw brief d.d. 23 December jl.") en de nadruk op de doorlopende betalingsverplichting. De historische context van deze brief is zeer beladen. De datum, 6 februari 1941, plaatst de brief midden in de Duitse bezetting van Nederland. De ontvanger, Philippus Arons, was een Joodse koopman die woonde in de Sint Antoniesbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.

Februari 1941 was een kantelpunt in de geschiedenis van Amsterdam. Slechts zes dagen na de datum van deze brief, op 12 februari 1941, werd de Joodse wijk op last van de bezetter hermetisch afgesloten. Later die maand, op 25 en 26 februari, brak de Februaristaking uit als protest tegen de Jodenvervolging.

De noodzaak voor Arons om uitstel te vragen van zijn bezettingsplicht op de markten van de Westerstraat en de Albert Cuypstraat hangt ongetwijfeld samen met de toenemende beperkingen en gevaren voor Joodse burgers. Vanaf 1941 werden Joden stelselmatig uit het economische leven geweerd; voor Joodse marktkooplieden werd het werken op "niet-Joodse" markten onmogelijk gemaakt. Uit archiefgegevens blijkt dat Philippus Arons de Holocaust niet heeft overleefd; hij is in 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document illustreert de kille, bureaucratische wijze waarop de gemeente Amsterdam haar regels bleef handhaven terwijl de Joodse gemeenschap fysiek en economisch werd verstikt. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document is een formele kennisgeving van een Amsterdamse gemeentelijke instantie aan een marktkoopman. De kern van de brief is de toekenning van een tijdelijk uitstel van de "bezettingsplicht". Markthandelaren waren indertijd verplicht hun aangewezen standplaatsen op de markt daadwerkelijk te gebruiken; bij langdurige afwezigheid zonder toestemming liep men het risico de vergunning te verliezen.

De brief stelt twee belangrijke voorwaarden:
1. Het uitstel is tijdelijk (tot 1 maart 1941).
2. De financiële verplichting blijft onverkort van kracht: het marktgeld moet wekelijks betaald blijven worden aan de dienstdoende ambtenaar, ongeacht of de kraam er staat.

De toon is strikt bureaucratisch, wat blijkt uit de nauwkeurige verwijzing naar eerdere correspondentie ("Uw brief d.d. 23 December jl.") en de nadruk op de doorlopende betalingsverplichting.

Historische Context

De historische context van deze brief is zeer beladen. De datum, 6 februari 1941, plaatst de brief midden in de Duitse bezetting van Nederland. De ontvanger, Philippus Arons, was een Joodse koopman die woonde in de Sint Antoniesbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.

Februari 1941 was een kantelpunt in de geschiedenis van Amsterdam. Slechts zes dagen na de datum van deze brief, op 12 februari 1941, werd de Joodse wijk op last van de bezetter hermetisch afgesloten. Later die maand, op 25 en 26 februari, brak de Februaristaking uit als protest tegen de Jodenvervolging.

De noodzaak voor Arons om uitstel te vragen van zijn bezettingsplicht op de markten van de Westerstraat en de Albert Cuypstraat hangt ongetwijfeld samen met de toenemende beperkingen en gevaren voor Joodse burgers. Vanaf 1941 werden Joden stelselmatig uit het economische leven geweerd; voor Joodse marktkooplieden werd het werken op "niet-Joodse" markten onmogelijk gemaakt. Uit archiefgegevens blijkt dat Philippus Arons de Holocaust niet heeft overleefd; hij is in 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document illustreert de kille, bureaucratische wijze waarop de gemeente Amsterdam haar regels bleef handhaven terwijl de Joodse gemeenschap fysiek en economisch werd verstikt.

Locaties

Albert Cuypmarkt Westerstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 3