Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 344
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/carbonkopie).

25 februari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag/carbonkopie). 25 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). [Handgeschreven:] extra

HG.

den Heer D.J.Heitz,
St.Willebrordusstraat 113 II,
Amsterdam-Zuid.

Wijk 22.

25/266/2 M. 25 Februari 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 25 December jl. verleen ik
U hierbij vrijstelling van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats
op de markt Albert Cuypstraat te bezetten, gedurenden den tijd,
dat U in Frankrijk werkt.

U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, In deze brief van februari 1941 verleent de directeur van de marktdienst (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de Albert Cuypstraat) toestemming aan een marktkoopman, de heer D.J. Heitz, om tijdelijk niet persoonlijk zijn standplaats te bezetten. De reden hiervoor is dat de heer Heitz in Frankrijk werkzaam is. Hoewel hij is vrijgesteld van de aanwezigheidsplicht, blijft de financiële verplichting onveranderd: het wekelijkse marktgeld moet tijdens zijn afwezigheid gewoon worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar. Het document dateert uit de vroege oorlogsjaren van de Tweede Wereldoorlog. Het feit dat de heer Heitz "in Frankrijk werkt" wijst mogelijk op tewerkstelling in het buitenland. In deze periode werden Nederlandse arbeiders, soms nog op basis van (semi-)vrijwillige werving door organisaties zoals de Organisation Todt, ingezet voor werkzaamheden in bezet gebied, waaronder Frankrijk. De bureaucratische afhandeling van dit verzoek toont aan dat de stedelijke reglementen, zoals die van de Albert Cuypmarkt, tijdens de bezetting nauwgezet werden voortgezet. De marktmeester of directeur hanteert hier strikt de regels: werken in het buitenland is een geldige reden voor afwezigheid, mits de leges betaald blijven. D.J. Heitz

Samenvatting

In deze brief van februari 1941 verleent de directeur van de marktdienst (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de Albert Cuypstraat) toestemming aan een marktkoopman, de heer D.J. Heitz, om tijdelijk niet persoonlijk zijn standplaats te bezetten. De reden hiervoor is dat de heer Heitz in Frankrijk werkzaam is. Hoewel hij is vrijgesteld van de aanwezigheidsplicht, blijft de financiële verplichting onveranderd: het wekelijkse marktgeld moet tijdens zijn afwezigheid gewoon worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar.

Historische Context

Het document dateert uit de vroege oorlogsjaren van de Tweede Wereldoorlog. Het feit dat de heer Heitz "in Frankrijk werkt" wijst mogelijk op tewerkstelling in het buitenland. In deze periode werden Nederlandse arbeiders, soms nog op basis van (semi-)vrijwillige werving door organisaties zoals de Organisation Todt, ingezet voor werkzaamheden in bezet gebied, waaronder Frankrijk. De bureaucratische afhandeling van dit verzoek toont aan dat de stedelijke reglementen, zoals die van de Albert Cuypmarkt, tijdens de bezetting nauwgezet werden voortgezet. De marktmeester of directeur hanteert hier strikt de regels: werken in het buitenland is een geldige reden voor afwezigheid, mits de leges betaald blijven.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 3