Doorslag van een officiële brief (besluit tot voorwaardelijke straf).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit tot voorwaardelijke straf). 29 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer B. Kroon, Gorontalostraat 5 II, Amsterdam-Oost. [Linksboven, handgeschreven:] Verzonden 29/11
[Rechtsboven, handgeschreven:] zen. m. de heer [en] HG.
den Heer B. Kroon,
Gorontalostraat 5 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18B.
26/81/8 M. 29 November 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 23 November jl. de markt aan de Dapperstraat andermaal niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, In deze brief wordt de heer B. Kroon officieel op de hoogte gesteld van een disciplinaire maatregel. De reden voor de straf is dat hij op zaterdag 23 november 1940 zijn kraam op de Dapperstraatmarkt niet op tijd had ontruimd. Omdat dit blijkbaar niet de eerste keer was ("andermaal"), legt de directeur van de markten een voorwaardelijke straf op: de ontzegging van het recht om één dag op de Amsterdamse markten te staan. Deze straf heeft een proeftijd van één jaar. De brief is formeel van toon en verwijst strikt naar de geldende marktverordeningen (artikel 39 van het Reglement op de Markten). Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt betreffende markttoezicht, is de context van die tijd van groot belang. De Dapperstraat in Amsterdam-Oost was (en is) een centrale marktplaats in een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden en werkten.
Barend Kroon, de geadresseerde, was een Joodse marktkoopman. In de loop van 1940 en 1941 werden de regels voor Joodse handelaren door de bezetter en het meewerkende Amsterdamse stadsbestuur steeds verder aangescherpt, wat uiteindelijk leidde tot het volledig verbieden van Joodse kooplieden op algemene markten en de instelling van specifieke "Joodse markten". Handhaving van kleine overtredingen, zoals het te laat verlaten van de markt, kon in deze periode een voorbode zijn van de toenemende uitsluiting en bureaucratische druk op Joodse burgers. B. Kroon