Ambtelijke notitie/memorandum (onderdeel van een dossier over marktvergunningen).
Origineel
Ambtelijke notitie/memorandum (onderdeel van een dossier over marktvergunningen). 11 oktober 1940 tot 17 oktober 1940. [Linksboven, in stempel]:
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/82/8 1940
DOORGEZONDEN: g/h.
[Rechtsboven]:
R. Kok pl. 206 Ten Katestraat 835
11/10 '40 bij inspecteur geweest:
"Zou schrijven; mag van arts
slechts 1 d. pr. week staan." P 11/10 '40.
[Middentekst]:
Het verzoek van R. Kok dient m.i. te
worden afgewezen.
Aan Kok moet worden bericht, dat
hij zijn plaats op de markt Ten Kate-
straat geregeld d.w.z. twee-
maal per week moet innemen, daar
anders de plaats wordt ingetrokken.
(Zie rapport marktopzichter)
[Rechtsmidden, in ander handschrift]:
Th. Vrij
advies
volgens afspraak
11-10-40
de Heer
[Rechtsonder]:
16-10-40
de Heer
[Linksonder, in groot schrift]:
27/82/11 4
17/10/40 [paraaf]
[Onderkant formulier, gedrukt]:
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: De weigering van een verzoek tot ontheffing van de aanwezigheidsplicht op de markt.
* Betrokkenen: R. Kok (marktkraamhouder op plaats 206 aan de Ten Katestraat), een marktinspecteur, de marktopzichter en ambtelijke besluitvormers (waaronder 'Th. Vrij' en 'de Heer').
* Inhoud: R. Kok heeft bij de inspecteur aangegeven dat hij vanwege medische redenen slechts één dag per week op de markt mag staan. De ambtelijke reactie is echter onverbiddelijk: het verzoek wordt afgewezen. Kok wordt gesommeerd de kraam minimaal tweemaal per week te bemannen, op straffe van intrekking van zijn marktplaats.
* Stijl: Kort, zakelijk en formeel-ambtelijk ("dient m.i. te worden afgewezen"). * Historische context: Het document dateert uit oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden marktreglementen strikt gehandhaafd om de voedseldistributie en economische activiteit in de steden te controleren.
* Locatie: De Ten Katemarkt is een bekende dagmarkt in Amsterdam-West.
* Sociaal-economische betekenis: Dit stukje bureaucratie toont de spanning tussen de persoonlijke gezondheidssituatie van een kleine ondernemer en de rigide handhaving van gemeentelijke verordeningen. De dreiging met "intrekking van de plaats" betekende in die tijd direct verlies van inkomen en bestaanszekerheid.