Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 13
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief / verklaring.

3 november 1940 (ontvangen/verwerkt op 6 november 1940). Van: E. da Silva Rosa, Ruijschstraat 123-II, Amsterdam (O).

Origineel

Handgeschreven brief / verklaring. 3 november 1940 (ontvangen/verwerkt op 6 november 1940). E. da Silva Rosa, Ruijschstraat 123-II, Amsterdam (O). № 20/04/M. 1940 6/11

Amsterdam 3 Nov '40.

WelEd. Heer. [onleesbare krabbel, vermoedelijk paraaf]

Ondergeteekende
E. da Silva Rosa. Ruijschstr.
123 II. A'dam (O.) Houder eener
vaste standplaats op de Lin-
dengracht onder № 101, deelt
U hierbij mede dat hij met
ingang van heden, van deze
plaats verder geen gebruik
wenscht te maken, en langs
deze weg deze plaats opzegt.

Hoogachtend
Wel. Heer

[Handtekening: E. da Silva Rosa] De schrijver van de brief, E. da Silva Rosa, zegt formeel zijn vergunning voor een vaste standplaats op de Amsterdamse Lindengracht (plaatsnummer 101) op. De brief is gericht aan een "WelEd. Heer", waarschijnlijk de marktmeester of de directeur van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijfstijl is formeel en zakelijk ("Ondergeteekende", "deelt U hierbij mede"). Het adres van de afzender, Ruyschstraat 123-II, bevindt zich in Amsterdam-Oost. De datum van de brief, 3 november 1940, is van groot historisch belang. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De achternaam 'da Silva Rosa' duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond. In deze periode van de bezetting begonnen de anti-Joodse maatregelen toe te nemen.

Hoewel de massale uitsluiting van Joden van de openbare markten pas in 1941 volledig werd geëffectueerd, werden Joodse ondernemers en marktkooplieden al vanaf het najaar van 1940 geconfronteerd met toenemende beperkingen en een vijandig klimaat. Het is zeer waarschijnlijk dat deze opzegging niet louter een zakelijke keuze was, maar samenhing met de verslechterende omstandigheden voor Joodse Amsterdammers.

Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Emanuel da Silva Rosa (geboren in 1891), die op dit adres woonde, samen met zijn gezin in 1943 is vermoord in Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van het moment waarop hij noodgedwongen zijn nering in de stad moest staken. Marktwezen

Samenvatting

De schrijver van de brief, E. da Silva Rosa, zegt formeel zijn vergunning voor een vaste standplaats op de Amsterdamse Lindengracht (plaatsnummer 101) op. De brief is gericht aan een "WelEd. Heer", waarschijnlijk de marktmeester of de directeur van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijfstijl is formeel en zakelijk ("Ondergeteekende", "deelt U hierbij mede"). Het adres van de afzender, Ruyschstraat 123-II, bevindt zich in Amsterdam-Oost.

Historische Context

De datum van de brief, 3 november 1940, is van groot historisch belang. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De achternaam 'da Silva Rosa' duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond. In deze periode van de bezetting begonnen de anti-Joodse maatregelen toe te nemen.

Hoewel de massale uitsluiting van Joden van de openbare markten pas in 1941 volledig werd geëffectueerd, werden Joodse ondernemers en marktkooplieden al vanaf het najaar van 1940 geconfronteerd met toenemende beperkingen en een vijandig klimaat. Het is zeer waarschijnlijk dat deze opzegging niet louter een zakelijke keuze was, maar samenhing met de verslechterende omstandigheden voor Joodse Amsterdammers.

Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Emanuel da Silva Rosa (geboren in 1891), die op dit adres woonde, samen met zijn gezin in 1943 is vermoord in Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van het moment waarop hij noodgedwongen zijn nering in de stad moest staken.

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3