Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. S. Winnik. A' dam 2 December 1940
Aan de Directeuren Marktwezen
Mijnheer
gaarne wensch ik een verzoek tot u te doen uitstel
te vragen voor mijn plaats Lindengracht voor 14
dagen of 3 weken daar ik op het ogenblik geen handel
heb. gaarne een gunstig antwoord tegemoet ziende
Hoogachtend
S. Winnik
Valkenburgerstr 178 II
[Stempel linksonder:]
Nº 28/92/1 M. 1940 4/12
[Annotatie rechtsboven in paars/blauw:]
vrijst.
[Annotatie rechtsonder in potlood:]
28 De schrijver van de brief, S. Winnik, verzoekt de directie van het Marktwezen om uitstel voor zijn marktplaats op de Lindengracht voor een periode van twee tot drie weken. De reden hiervoor is van economische aard: hij heeft op dat moment "geen handel" (geen verkoop of geen voorraad).
De brief is administratief verwerkt, getuige het stempel onderaan. De aantekening "vrijst." bovenin duidt waarschijnlijk op een 'vrijstelling' van de plicht om de marktplaats te bezetten of van het betalen van staangeld voor de gevraagde periode. De Valkenburgerstraat 178 II, waar de afzender woonde, bevond zich in de Amsterdamse Jodenbuurt. Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). In deze periode werden de beperkingen voor Joodse burgers stap voor stap opgevoerd, hoewel de totale uitsluiting van markten nog niet volledig was doorgevoerd (dat gebeurde op grote schaal in 1941).
De Lindengracht in de Jordaan was een belangrijke marktlocatie. Voor marktkooplieden was het essentieel om officieel uitstel of vrijstelling te vragen als zij hun plek tijdelijk niet konden innemen; het simpelweg wegblijven kon leiden tot het verlies van de vergunning voor de vaste staanplaats. De opmerking "geen handel" wijst op de moeilijke economische omstandigheden en mogelijke schaarste aan goederen in het eerste oorlogsjaar. Zulke documenten bieden een waardevol inzicht in de bureaucratische interactie tussen burgers en de gemeente tijdens de bezettingsjaren. S. Winnik Marktwezen