Administratief bijblad/notitieformulier betreffende marktvergunningen.
Origineel
Administratief bijblad/notitieformulier betreffende marktvergunningen. [In gestempeld kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/93/10 1940
DOORGEZONDEN: 17/12-'40.
[Rechtsboven, handgeschreven:]
123
[Hoofdtekst, handgeschreven:]
H.J. Draaijer pz 60 Westerstraat
C.H. Draaijer-v. Stelten pz 203 Lindengracht.
Opgeroepen geweest per 13 Dec '40.
de verklaring reeds ingeleverd.
In verband met ziekte van zijn
echtgenoote, kan m.i. aan H.J.
Draaijer worden toegestaan om
gedurende ten hoogste drie maanden
zijn plaatsen op de markten Lindengracht
en Westerstraat niet in te nemen.
(Zie rapport marktopz.
en doktersverklaring)
7/1/41
[Paraaf]
[Rechts in het midden, diagonaal geschreven:]
Th. Wolff
adj. insp.
18-12-'40
aldus.
[Onderaan rechts:]
Tegen het verzoek van
C.H. Draaijer-Stelten om nog
eenige tijd uitstel tot het
bezoeken der markt bestaat
m.i. geen bezwaar.
27-12-"40 [Paraaf]
[Linksonder, in rood potlood:]
20/93/107 [?]
[Linksonder, in blauwe inkt over de rode tekst:]
2-1-'41
de heer
Zelfde brief
als aan Bos
[Onderaan links, gedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Handschrift: Het document bevat ten minste drie verschillende handschriften, wat wijst op een procesmatige afhandeling door verschillende ambtenaren (waarschijnlijk de marktopzichter, een adjunct-inspecteur en een administratief medewerker). Het schrift is een courant 20e-eeuws cursief.
* Terminologie: "m.i." staat voor 'mijns inziens'. De afkorting "pz" bij de adressen staat vermoedelijk voor 'perceel'. "Adj. insp." duidt op de functie Adjunct-inspecteur.
* Contextuele aanwijzingen: De tekst verwijst naar officiële bewijsstukken zoals een 'rapport marktopzichter' en een 'doktersverklaring', wat de bureaucratische zorgvuldigheid van de marktmeester/gemeente Amsterdam in die tijd illustreert. Dit document stamt uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). Het geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken rondom de Amsterdamse markten (Westerstraat en Lindengracht in de Jordaan). Marktkooplieden waren verplicht hun standplaats in te nemen; als zij dit niet deden zonder geldige reden, liepen zij het risico hun vergunning te verliezen. In dit geval wordt er coulance getoond aan het echtpaar Draaijer vanwege ziekte. De verwijzing "Zelfde brief als aan Bos" suggereert dat dergelijke verzoeken om uitstel (mogelijk door de barre oorlogswinter of schaarste) vaker voorkwamen en dat de administratie hiervoor standaardbrieven hanteerde. C.H. Draaijer H.J. Gemeente Amsterdam