Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 103
Dossier 28
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/aanmaning van de Gemeente Amsterdam.

4 januari 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). Aan: Den Heer I. Pach, Gelderschekade 77 II, Amsterdam-C., Wijk 1.

Origineel

Officiële brief/aanmaning van de Gemeente Amsterdam. 4 januari 1940. De Directeur van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). Den Heer I. Pach, Gelderschekade 77 II, Amsterdam-C., Wijk 1. MARKTWEZEN AMSTERDAM
DV. [handgeschreven: Moronden 4/1-140]

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 29/1/1 M. [doorgehaald]
BIJLAGE __
ONDERWERP:

AMSTERDAM (W.) 4 Januari 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN den Heer I. Pach,
Gelderschekade 77 II,
Amsterdam-C.
Wijk 1.

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Nieuwmarkt, te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 7 Januari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 8 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 6. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele ingebrekestelling gericht aan een marktkopman, de heer I. Pach. Uit de tekst blijkt dat hij al meer dan drie weken achterloopt met de betaling van het marktgeld voor zijn vaste staanplaats op de Nieuwmarkt in Amsterdam.

De toon van de brief is ambtelijk en dwingend: er wordt een harde deadline gesteld (7 januari) met een direct gevolg bij niet-betaling (intrekking van de standplaats op 8 januari). Interessant is de toevoeging van de ontsnappingsclausule onderaan: de directeur biedt de mogelijkheid om uitstel of clementie te krijgen indien er sprake is van overmacht, zoals ziekte of financiële nood (het "genieten van steun"). Dit duidt op een strak gereguleerd maar niet geheel gevoelloos bureaucratisch systeem. Het document dateert van januari 1940, slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Nieuwmarkt, waar de heer Pach zijn standplaats had, lag in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Veel marktkooplui op deze markt waren van Joodse afkomst. Hoewel dit op het moment van schrijven een reguliere administratieve handeling van de gemeente Amsterdam was, krijgt de brief een wrange bijsmaak door de wetenschap van wat er later dat jaar en in de jaren daarna zou volgen voor de Joodse bevolking en de marktkooplui in dit specifiek stadsdeel.

De Jan van Galenstraat, het adres van de afzender, was de plek waar de Centrale Markthallen gevestigd waren (en nog steeds zijn), het logistieke hart van het Amsterdamse marktwezen. De heer I. Pach woonde aan de Gelderschekade, vlakbij de Nieuwmarkt, wat gebruikelijk was voor marktkooplui die in de buurt van hun werkplek woonden.

Samenvatting

Deze brief is een formele ingebrekestelling gericht aan een marktkopman, de heer I. Pach. Uit de tekst blijkt dat hij al meer dan drie weken achterloopt met de betaling van het marktgeld voor zijn vaste staanplaats op de Nieuwmarkt in Amsterdam.

De toon van de brief is ambtelijk en dwingend: er wordt een harde deadline gesteld (7 januari) met een direct gevolg bij niet-betaling (intrekking van de standplaats op 8 januari). Interessant is de toevoeging van de ontsnappingsclausule onderaan: de directeur biedt de mogelijkheid om uitstel of clementie te krijgen indien er sprake is van overmacht, zoals ziekte of financiële nood (het "genieten van steun"). Dit duidt op een strak gereguleerd maar niet geheel gevoelloos bureaucratisch systeem.

Historische Context

Het document dateert van januari 1940, slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Nieuwmarkt, waar de heer Pach zijn standplaats had, lag in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Veel marktkooplui op deze markt waren van Joodse afkomst. Hoewel dit op het moment van schrijven een reguliere administratieve handeling van de gemeente Amsterdam was, krijgt de brief een wrange bijsmaak door de wetenschap van wat er later dat jaar en in de jaren daarna zou volgen voor de Joodse bevolking en de marktkooplui in dit specifiek stadsdeel.

De Jan van Galenstraat, het adres van de afzender, was de plek waar de Centrale Markthallen gevestigd waren (en nog steeds zijn), het logistieke hart van het Amsterdamse marktwezen. De heer I. Pach woonde aan de Gelderschekade, vlakbij de Nieuwmarkt, wat gebruikelijk was voor marktkooplui die in de buurt van hun werkplek woonden.

Gerelateerde Documenten 3