Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 134
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Correspondentie

24 oktober 1940

Origineel

Ambtelijk advies / Correspondentie 24 oktober 1940 $N^o$ 29/10/1, 16 1940 17/10

Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

Aangaande het verzoek van P. Verschuren,
wonende Zeedijk 126 II, om op het marktterrein,
de Nieuwmarkt, een pot met cokes te mogen
branden om daarop mosselen te koken,
adviseer ik U het verzoek in te willigen, mits
het materiaal zoodanig is ingericht dat geen
last of gevaar wordt veroorzaakt.
Amsterdam, 24 October 1940
[handtekening] Moer Het betreft een kort, formeel schrijven waarin een ambtenaar (mogelijk een marktmeester of lokale toezichthouder) een positief advies uitbrengt aan de Inspecteur van het Marktwezen. De aanvrager, P. Verschuren, woonachtig op de Zeedijk (op steenworp afstand van de markt), verzoekt om met een cokes-gestookte pot mosselen te mogen bereiden op de Nieuwmarkt.

De schrijver stelt als expliciete voorwaarde voor inwilliging dat de gebruikte materialen veilig moeten zijn ("zoodanig is ingericht dat geen last of gevaar wordt veroorzaakt"). Het taalgebruik is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, herkenbaar aan de spelling (zoals 'zoodanig' en 'October') en de hoffelijke aanhef. Dit document is geschreven in oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke diensten en de lokale economie, zoals de markthandel, onder het bestaande reglement functioneren. De verkoop van warme mosselen was een traditionele vorm van Amsterdamse straathandel.

De locatie, de Nieuwmarkt, was een centraal handelsknooppunt. Dat een bewoner van de Zeedijk 126 II (de tweede verdieping) deze aanvraag indient, illustreert de verwevenheid van wonen en werken in de oude Amsterdamse binnenstad. De noodzaak voor een schriftelijke vergunning voor een cokesvuur benadrukt de strenge regelgeving omtrent brandveiligheid op drukke marktplaatsen.

Samenvatting

Het betreft een kort, formeel schrijven waarin een ambtenaar (mogelijk een marktmeester of lokale toezichthouder) een positief advies uitbrengt aan de Inspecteur van het Marktwezen. De aanvrager, P. Verschuren, woonachtig op de Zeedijk (op steenworp afstand van de markt), verzoekt om met een cokes-gestookte pot mosselen te mogen bereiden op de Nieuwmarkt.

De schrijver stelt als expliciete voorwaarde voor inwilliging dat de gebruikte materialen veilig moeten zijn ("zoodanig is ingericht dat geen last of gevaar wordt veroorzaakt"). Het taalgebruik is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, herkenbaar aan de spelling (zoals 'zoodanig' en 'October') en de hoffelijke aanhef.

Historische Context

Dit document is geschreven in oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke diensten en de lokale economie, zoals de markthandel, onder het bestaande reglement functioneren. De verkoop van warme mosselen was een traditionele vorm van Amsterdamse straathandel.

De locatie, de Nieuwmarkt, was een centraal handelsknooppunt. Dat een bewoner van de Zeedijk 126 II (de tweede verdieping) deze aanvraag indient, illustreert de verwevenheid van wonen en werken in de oude Amsterdamse binnenstad. De noodzaak voor een schriftelijke vergunning voor een cokesvuur benadrukt de strenge regelgeving omtrent brandveiligheid op drukke marktplaatsen.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 3