Brief/Ambtelijke correspondentie
Origineel
Brief/Ambtelijke correspondentie 18 november 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of Openbare Werken) De Directie van het Gemeentelijke Energiebedrijf (GEB), Tesselschadestraat 1, Amsterdam-West. [Handgeschreven linksboven, schuin:] Verzonden 18/11
[Handgeschreven rechtsboven:] M. de Boer
[Getypt rechtsboven:] VP/HG.
de Directie van het
Gemeentelijke Energiebedrijf,
Tesselschadestraat 1,
Amsterdam-West.
Wijk 21.
29/12/2 M.
18 November 1940.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat S. Beesemer, Nieuwmarkt 3, die een plaats voor den verkoop van haring op de Nieuwmarkt bezet, het verzoek heeft ingediend, om op zijn haringkar een electrische kachel te mogen plaatsen voor verwarming. Ik moge U beleefd verzoeken mij te willen berichten, of het vorenstaande voor inwilliging in aanmerking kan komen en, zoo ja, welke condities eventueel aan Beesemer voornoemd dienen te worden gesteld.
De Directeur, Deze korte zakelijke brief betreft een aanvraag voor een elektrische voorziening op de openbare weg. Een haringhandelaar, de heer S. Beesemer, wil een elektrische kachel installeren op zijn haringkar op de Nieuwmarkt om zich tijdens de wintermaanden te kunnen verwarmen. De afzender (waarschijnlijk de directeur van de dienst Marktwezen) legt deze vraag voor aan het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) om te polsen of dit technisch en beleidsmatig mogelijk is en welke voorwaarden (zoals kosten of veiligheidseisen) hieraan verbonden zijn.
Het taalgebruik is uiterst formeel ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "Ik moge U beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. De datum van het document, 18 november 1940, is saillant: het is zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve molens van de gemeente Amsterdam draaiden in deze periode gewoon door.
De genoemde handelaar, Salomon Beesemer (geboren in 1904), was een bekende Joodse haringverkoper op de Nieuwmarkt. In de context van de Holocaust krijgt dit ogenschijnlijk triviale verzoek om een kacheltje een tragische lading. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Joodse buurt. Niet lang na deze brief, in februari 1941, vonden er grote onlusten plaats op de Nieuwmarkt die zouden leiden tot de eerste razzia's en de Februaristaking. Salomon Beesemer is, voor zover bekend uit oorlogsarchieven, de oorlog niet overleefd (hij werd in 1942 in Auschwitz vermoord). Dit document getuigt van het "normale" leven en de bureaucratie dat voor Joodse Amsterdammers in 1940 nog bestond, vlak voordat de uitsluiting en vervolging hen het werken onmogelijk zou maken. M. de Boer S. Beesemer Gemeente Amsterdam Marktwezen