Getypte brief (doorslag/officieel schrijven)
Origineel
Getypte brief (doorslag/officieel schrijven) 4 december 1940 De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst) den Heer S. Beesemer, Nieuwmarkt 3, Amsterdam-Centrum Extra
den Heer S. Beesemer,
Nieuwmarkt 3,
Amsterdam-Centrum. Wyk 1.
29/12/4 M 4 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 November jl. bericht
ik U, dat my by onderzoek by het Gemeente Energie Bedryf is ge-
bleken, dat overwegende bezwaren bestaan tegen inwilliging van
Uw verzoek om op de Nieuwmarkt een eigen installatie te gebrui-
ken ter verwarming van Uw kar.
D/G
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek. De heer S. Beesemer had op 1 november 1940 verzocht om een eigen verwarmingsinstallatie te mogen gebruiken voor zijn kar op de Nieuwmarkt. Na ruggenspraak met het Gemeente Energie Bedrijf (GEB) wordt dit verzoek geweigerd vanwege "overwegende bezwaren".
* Stijl en Spelling: De tekst hanteert de toen gebruikelijke ambtelijke spelling (bijv. "my", "by", "bedryf", "jl."). De toon is zakelijk en kortaf.
* Administratieve details: De initialen "D/G" onderaan de hoofdtekst verwijzen waarschijnlijk naar de opsteller of de specifieke afdeling binnen de gemeentelijke hiërarchie. * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 4 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie en Persoon: De Nieuwmarkt in Amsterdam was een centrum van marktactiviteiten en lag in het hart van de oude Jodenbuurt. De geadresseerde, Salomon Beesemer, was een bekende Joodse marktkoopman (vistenthouder).
* Historische relevantie: In de loop van 1940 en 1941 kregen Joodse Amsterdammers en marktkooplieden te maken met steeds meer beperkende maatregelen en bureaucratische tegenwerking. Hoewel de afwijzing hier technisch gemotiveerd lijkt door het Energie Bedrijf, past het in een breder patroon van administratieve bemoeienis en beperking van de bewegingsvrijheid van Joodse ondernemers in deze periode. Kort na deze datum, in 1941, zouden Joden geheel van de markten worden geweerd of naar specifieke "Jodenmarkten" worden verbannen. Dit document is een voorbeeld van de dagelijkse bureaucratie waar burgers (en in het bijzonder de Joodse gemeenschap) in de vroege bezettingsjaren mee te maken hadden. S. Beesemer