Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 154
Dossier 28
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke brief/concept.

3 december 1940. Van: Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar van de gemeente Amsterdam, gezien de verwijzing naar het G.E.W.).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke brief/concept. 3 december 1940. Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar van de gemeente Amsterdam, gezien de verwijzing naar het G.E.W.). A’dam 3/12 1940
den Heer S. Beesemer
Nieuwmarkt 3
Alhier

Naar aanleiding van uw
brief d.d. 1 November jl. bericht
ik u, dat mij bij onderzoek
bij de G.E.W. is gebleken, dat
overwegende bezwaren bestaan
tegen inwilliging van uw
verzoek om op de Nieuwmarkt
een eigen installatie te
gebruiken ter verwarming
van uw kar.

[Initialen, mogelijk D.A.]

[Administratieve aantekeningen onderaan:]
D 3/12 ’40
4/12-’40 K
29/12/4 M [in rood potlood] De tekst is een formele kennisgeving aan een markthandelaar, de heer S. Beesemer. Hij had op 1 november 1940 een verzoek ingediend om een eigen verwarmingsinstallatie te mogen gebruiken voor zijn kar op de Nieuwmarkt. De afzender meldt dat er navraag is gedaan bij het G.E.W. (Gemeente-Energiebedrijf Amsterdam).

De conclusie is negatief: er bestaan "overwegende bezwaren" tegen het verzoek. Wat deze bezwaren precies zijn, wordt niet gespecificeerd, maar vaak had dit te maken met brandveiligheid, technische voorschriften of de schaarste aan brandstoffen tijdens de bezetting. De verschillende data en initialen onderaan de brief duiden op de administratieve verwerking en archivering van het document binnen de gemeentelijke instelling. Het document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). De Nieuwmarkt in Amsterdam was destijds een belangrijk marktplein, gelegen in een buurt die door de bezetter later als 'Joodse wijk' zou worden aangemerkt. De naam Beesemer is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam; onderzoek in archieven (zoals het Joods Monument) bevestigt dat er meerdere personen met de naam Beesemer op of nabij de Nieuwmarkt woonden en werkten als koopman.

De weigering van een verwarmingsinstallatie voor een marktkar was voor een kleine zelfstandige in die tijd een harde maatregel, aangezien marktkooplui de hele dag in de kou moesten staan en brandstofvoorziening steeds problematischer werd. De vermelding van het G.E.W. suggereert dat het verzoek mogelijk een elektrische of gasgevoede installatie betrof.

Samenvatting

De tekst is een formele kennisgeving aan een markthandelaar, de heer S. Beesemer. Hij had op 1 november 1940 een verzoek ingediend om een eigen verwarmingsinstallatie te mogen gebruiken voor zijn kar op de Nieuwmarkt. De afzender meldt dat er navraag is gedaan bij het G.E.W. (Gemeente-Energiebedrijf Amsterdam).

De conclusie is negatief: er bestaan "overwegende bezwaren" tegen het verzoek. Wat deze bezwaren precies zijn, wordt niet gespecificeerd, maar vaak had dit te maken met brandveiligheid, technische voorschriften of de schaarste aan brandstoffen tijdens de bezetting. De verschillende data en initialen onderaan de brief duiden op de administratieve verwerking en archivering van het document binnen de gemeentelijke instelling.

Historische Context

Het document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). De Nieuwmarkt in Amsterdam was destijds een belangrijk marktplein, gelegen in een buurt die door de bezetter later als 'Joodse wijk' zou worden aangemerkt. De naam Beesemer is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam; onderzoek in archieven (zoals het Joods Monument) bevestigt dat er meerdere personen met de naam Beesemer op of nabij de Nieuwmarkt woonden en werkten als koopman.

De weigering van een verwarmingsinstallatie voor een marktkar was voor een kleine zelfstandige in die tijd een harde maatregel, aangezien marktkooplui de hele dag in de kou moesten staan en brandstofvoorziening steeds problematischer werd. De vermelding van het G.E.W. suggereert dat het verzoek mogelijk een elektrische of gasgevoede installatie betrof.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Gerelateerde Documenten 3