Handgeschreven ambtelijk schrijven/rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk schrijven/rapportage. 29 november 1940 (linksboven gemarkeerd met de data 29/11 1940 en 20/12 '40). 29/11 1940 20/12 '40
Den heer Inspecteur v.h. Marktwezen
Alhier.
In verband met bovenaangehaald schrijven
deel ik U mede dat het bezetten der plaatsen door vaste plaats-
houders op de Nieuwmarkt tot voor slechts enkele weken geleden,
zelfs vaak bij minder gunstig weer, geregeld plaats had.
Er werd zelfs, niettegenstaande puntenregeling, flink
verkocht.
De laatst verloopen weken was het weer echter zoo ongunstig
dat het voor de kooplieden ondoenlijk was om uit te stallen.
Bovendien kunnen de kooplieden hun voorraden moeilijk
of geheel niet aangevuld krijgen.
De Nieuwmarkt is in hoofdzaak stoffen en modeartikelen-
markt.
Worden plaatsen door vaste plaatshouders onvoldoende
bezet dan wordt zulks gerapporteerd.
De redenen welke de Kramen- en Karrenverhuurdersvereen.
"Ons Belang" hebben genoopt tot vorenbedoeld schrijven,
zijn de volgende:
Het is voorgekomen dat kooplieden tijdens zeer slecht weer
of om andere redenen eenige dagen geen plaats innamen,
de kosten over die dagen niet wenschte te voldoen of wel
zegde enkele kooplieden voor een korte periode het zetten
der stal op. Tevens worden de Wintermaanden enkele
2e plaatsen, zooals jaarlijks geschied, tijdelijk opgegeven.
De kramenverhuurders wenschen dat tegen deze
handelingen, nu de kooplieden den laatsten tijd flink verdiend
hebben, maatregelen zullen getroffen worden.
Eén geval wensch ik echter onder Uw aandacht te brengen
met verzoek om daaromtrent Uw oordeel te vernemen.
Twee vaste plaatshouders 47A B. Jacobs en 47 R. de Jong-Biro
hebben steeds gezamenlijk handel gedreven op beide plaatsen.
Thans is hun handel van dien aard dat dezen op een plaats
uitgestald kan worden om welke reden zij een stallenzetter De brief schetst een gedetailleerd beeld van de economische en logistieke situatie op de Amsterdamse Nieuwmarkt in het eerste oorlogsjaar. De kernpunten zijn:
* Handelsactiviteit: Ondanks de "puntenregeling" (textielrantsoenering) liep de handel tot eind 1940 nog goed. De Nieuwmarkt wordt specifiek geduid als een stoffen- en modemarkt.
* Schaarste en Weer: De combinatie van extreem slecht weer en toenemende problemen bij de bevoorrading ("voorraden moeilijk of geheel niet aangevuld krijgen") zorgt voor leegloop op de markt.
* Zakelijk Conflict: De vereniging "Ons Belang" (verhuurders van kramen) beklaagt zich over het feit dat kooplieden op slechte dagen hun standplaats niet innemen en vervolgens weigeren te betalen. De verhuurders eisen actie van de inspecteur, met het argument dat de kooplieden eerder dat jaar goede winsten hebben behaald.
* Individueel Dossier: De brief sluit af met een casus van twee handelaren, B. Jacobs en R. de Jong-Biro, die hun activiteiten willen inkrimpen naar één marktplaats. Het document dateert van november 1940, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding van de "puntenregeling" verwijst direct naar de invoering van de distributiebonnen voor textiel in de zomer van 1940. De Nieuwmarkt lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam; de naam "B. Jacobs" herinnert aan de prominente aanwezigheid van Joodse kooplieden in deze marktsector, wiens positie in de maanden na dit schrijven door de bezetter stelselmatig zou worden ondermijnd. De tekst illustreert hoe de ambtelijke molen en commerciële belangenverstrengelingen in de beginperiode van de oorlog nog grotendeels op de vooroorlogse wijze functioneerden.