Officiële brief/aanmaning.
Origineel
Officiële brief/aanmaning. 24 januari 1940. De Directeur van het Marktwezen. MARKTWEZEN
AMSTERDAM HG.
[Handgeschreven rechtsboven:] Verzonden 24/1 - '40
TELEFOONNUMMER 85151 | VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 30/12/4 M.
BIJLAGE __
ONDERWERP: ____
AMSTERDAM (W.) 24 Januari 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer D.v.d.Kar,
Dijkstraat 22 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Waterlooplein te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 27 Januari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 29 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Deze brief is een formele, laatste waarschuwing (sommatie) aan een marktkoopman wegens een betalingsachterstand. De heer D.v.d. Kar heeft al meer dan drie weken zijn "marktgeld" niet betaald voor zijn vaste staanplaats op de markt aan het Waterlooplein.
De toon is bureaucratisch en dwingend. Er worden strikte deadlines gesteld: betaling moet binnen drie dagen binnen zijn (vóór 27 januari), anders wordt de vergunning voor de vaste standplaats twee dagen later (29 januari) definitief ingetrokken op basis van het vigerende marktreglement.
Opvallend is de laatste alinea, die een kleine mate van coulance toont. Er wordt ruimte gelaten voor verzachtende omstandigheden, zoals ziekte of het ontvangen van sociale steun, mits dit direct wordt gemeld. Dit duidt op een gereguleerd proces waarbij sociale omstandigheden in theorie konden leiden tot uitstel van executie. De datum van de brief, 24 januari 1940, plaatst het document in de periode van de "Mobilisatie" in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Hoewel er oorlog woedde in Europa, probeerde het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucreatie in het neutrale Nederland zo normaal mogelijk door te gaan.
De locatie is historisch zeer relevant. De markt op het Waterlooplein was voor de Tweede Wereldoorlog het kloppende hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam van de geadresseerde, D.v.d. Kar (David van de Kar), is een veelvoorkomende naam binnen de Sefardisch-Joodse gemeenschap in Amsterdam. Ook het adres, de Dijkstraat, lag midden in de oude Joodse wijk (Wijk 1).
Dit document biedt een blik op de alledaagse realiteit en de financiële worstelingen van een marktkoopman in een buurt die slechts korte tijd later door de bezetter volledig ontwricht en gedeporteerd zou worden. Het is een tastbaar bewijs van het normale leven van een individu aan de vooravond van een catastrofe. Gemeente Amsterdam Marktwezen