Brief (fragment van een verzoekschrift of zakelijke correspondentie).
Origineel
Brief (fragment van een verzoekschrift of zakelijke correspondentie). Augustus 1940 (afgeleid van de archiefstempel). S. Spij (waarschijnlijk Simon Spij), wonende aan het Waterlooplein 25-II, Amsterdam. [1] Weken in dit bedrijf zit
[2] ik kan u niet alles op sommen
[3] wat van die 1700 Gulden afmaakt
[4] daar door nog maals een beroep
[5] op u welwillendheid en hoop
[6] mij deze gunst niet te wijgeren
[7] daar ik ruim 30 jaar op het
[8] Waterlooplein staat hoop ik weer
[9] een beter tijd te gemoet te
[10] gaan
[11] [Stempel: № 30/18/1 M. 1940 15/2]
[12]
[13] Hoopende een gunstig
[14] te gemoet zien
[15] teken ik mij met de
[16] de meeste Hoogachting
[17] S Spij
[18] Waterlooplein 25 II
[19] Am [Amsterdam] * Taalgebruik: Het document is geschreven in een wat formeel, maar niet foutloos Nederlands (bijv. "wijgeren" i.p.v. weigeren, "te gemoet" i.p.v. tegemoet). De schrijver hanteert de beleefdheidsvormen van die tijd.
* Inhoud: De briefschrijver verzoekt om een "gunst", waarschijnlijk van financiële aard of gerelateerd aan een vergunning. Er wordt gerefereerd aan een aanzienlijk bedrag van 1700 gulden. De schrijver benadrukt zijn lange staat van dienst (30 jaar) als koopman op het Waterlooplein om zijn betrouwbaarheid of noodzaak te onderstrepen.
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, hellend cursiefschrift uit het midden van de 20e eeuw, goed leesbaar met de kenmerkende 'long s' en lussen. * Historische context: De datum (1940) is cruciaal; Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de locatie van de beroemde dagmarkt.
* Afzender: De naam 'S. Spij' en het adres Waterlooplein 25 wijzen vrijwel zeker naar Simon Spij, een Joodse marktkoopman. In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter de economische positie van Joodse ondernemers en marktkooplieden te verstikken. De hoop op "een beter tijd" krijgt in deze context een tragische lading. De brief is vermoedelijk gericht aan een gemeentelijke instantie of een noodhulporgaan. S. Spij