Ambtsbericht/besluit op een "Bijblad".
Origineel
Ambtsbericht/besluit op een "Bijblad". [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/18/3 19[onleesbaar, waarschijnlijk 1940 of 1936]
DOORGEZONDEN: 7/3
[Tekst rechtsboven:]
21/1 ’40 – 24/2 ’40 (73)
[Hoofdtekst:]
Gezien het rapport van M.S. kan
m.i. aan S. Speijer gedurende de
weken dat hij in verband met de
~~weersomstandigheden~~ zijn plaats niet kon
innemen, vrijstelling van betaling
van marktgeld worden verleend.
(vrijstelling van 21 Jan. t/m 24 februari
1940 voor de markten Waterlooplein,
Westerstr en Dapperstraat.)
schuld wordt met 5 weken
verminderd. Aan marktambt.
naar doorgegeven.
[Onderaan rechts:]
8-3-40
dellaer. [handtekening]
[Rode inkt aantekening:]
30/18/4 12/3/40 [initialen, mogelijk PZ]
[Gedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document betreft een besluit tot kwijtschelding van marktgeld voor een marktkoopman genaamd S. Speijer.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("mijns inziens", "vrijstelling verleend").
* Opvallende details: De term "weersomstandigheden" is doorgestreept. Dit suggereert dat de reden voor de afwezigheid van de koopman weliswaar met het weer te maken had (zie context), maar dat men de formele reden voor de vrijstelling mogelijk anders wilde formuleren of dat het als een algemeen bekende omstandigheid werd beschouwd die geen specifieke vermelding behoefde in de uiteindelijke beschikking.
* Administratieve route: Het document is op 7 maart doorgezonden, op 8 maart ondertekend door 'dellaer', en op 12 maart voorzien van een laatste rode registratiecode. Dit document stamt uit de winter van 1939-1940, een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland (de winter van de negende Elfstedentocht). Door de extreme vorst en sneeuwval was het voor veel marktkooplui onmogelijk om hun standplaatsen op de Amsterdamse markten in te nemen.
De genoemde locaties — het Waterlooplein, de Westerstraat en de Dapperstraat — waren (en zijn) belangrijke Amsterdamse marktplaatsen. De naam S. Speijer duidt hoogstwaarschijnlijk op een Joodse marktkoopman; het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt. De datering (maart 1940) plaatst dit document slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De administratieve afhandeling toont aan dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de oorlogsdreiging en de barre winter, de reguliere bureaucratische processen omtrent marktgelden nauwgezet bleef uitvoeren.