Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 302
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam)

Origineel

De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) 30/37/2 M. 6 Augustus 1940.

                                            den Heer S. Pakter Jr.,
                                            Nwe. Keizersgracht 66 hs,
                                            Amsterdam-Centrum.


      Naar aanleiding van een door U ingediend desbetreffend

verzoek bericht ik U, dat voor het verkrijgen van een vaste
plaats op een der markten hier ter stede, krachtens Reglement,
de Nederlandsche nationaliteit wordt vereischt. Op dit voor-
schrift kunnen thans geen uitzonderingen worden gemaakt. Aan-
gezien U niet aan het bovenbedoelde vereischte voldoet, moet
Uw verzoek van de hand worden gewezen.

                                            De Directeur, Deze brief is een formele, ambtelijke afwijzing van een aanvraag voor een vaste staanplaats op een Amsterdamse markt. De reden voor de afwijzing is strikt juridisch-administratief van aard: de aanvrager, S. Pakter Jr., beschikt niet over de Nederlandse nationaliteit, wat volgens het geldende reglement een vereiste is.

De toon van de brief is afstandelijk en beslist. Er wordt expliciet vermeld dat er "thans geen uitzonderingen" worden gemaakt, wat suggereert dat de regels op dat moment strikt werden gehandhaafd. Het document is een typisch voorbeeld van de wijze waarop de gemeentelijke bureaucratie functioneerde aan het begin van de bezettingstijd. De datum van de brief, 6 augustus 1940, is saillant. Het is slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de eis van de Nederlandse nationaliteit voor marktkooplieden waarschijnlijk al langer bestond in de algemene verordeningen, kreeg de strikte handhaving ervan in deze periode een beladen betekenis.

De geadresseerde, S. Pakter Jr., woonde aan de Nieuwe Keizersgracht, een straat in de Amsterdamse Jodenbuurt. Veel Joodse inwoners van Amsterdam waren op dat moment staatloos of hadden de nationaliteit van het land waaruit zij waren gevlucht (zoals Duitsland of Polen). Door strikt vast te houden aan de nationaliteitseis konden personen zonder Nederlands paspoort effectief worden uitgesloten van economische activiteit op de markten.

Dit document kan gezien worden als een vroege stap in de uitsluiting van bevolkingsgroepen van het openbare leven, nog voordat de meer expliciete antisemitische verordeningen van de bezetter (zoals het verbod voor Joden op markten in 1941) volledig van kracht werden. Het illustreert hoe bestaande regelgeving in een veranderende politieke context kon worden ingezet voor uitsluiting.

Samenvatting

Deze brief is een formele, ambtelijke afwijzing van een aanvraag voor een vaste staanplaats op een Amsterdamse markt. De reden voor de afwijzing is strikt juridisch-administratief van aard: de aanvrager, S. Pakter Jr., beschikt niet over de Nederlandse nationaliteit, wat volgens het geldende reglement een vereiste is.

De toon van de brief is afstandelijk en beslist. Er wordt expliciet vermeld dat er "thans geen uitzonderingen" worden gemaakt, wat suggereert dat de regels op dat moment strikt werden gehandhaafd. Het document is een typisch voorbeeld van de wijze waarop de gemeentelijke bureaucratie functioneerde aan het begin van de bezettingstijd.

Historische Context

De datum van de brief, 6 augustus 1940, is saillant. Het is slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de eis van de Nederlandse nationaliteit voor marktkooplieden waarschijnlijk al langer bestond in de algemene verordeningen, kreeg de strikte handhaving ervan in deze periode een beladen betekenis.

De geadresseerde, S. Pakter Jr., woonde aan de Nieuwe Keizersgracht, een straat in de Amsterdamse Jodenbuurt. Veel Joodse inwoners van Amsterdam waren op dat moment staatloos of hadden de nationaliteit van het land waaruit zij waren gevlucht (zoals Duitsland of Polen). Door strikt vast te houden aan de nationaliteitseis konden personen zonder Nederlands paspoort effectief worden uitgesloten van economische activiteit op de markten.

Dit document kan gezien worden als een vroege stap in de uitsluiting van bevolkingsgroepen van het openbare leven, nog voordat de meer expliciete antisemitische verordeningen van de bezetter (zoals het verbod voor Joden op markten in 1941) volledig van kracht werden. Het illustreert hoe bestaande regelgeving in een veranderende politieke context kon worden ingezet voor uitsluiting.

Gerelateerde Documenten 3