Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 378
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk advies / brief.

27 augustus 1940. Van: Vermoedelijk een medewerker of onderinspecteur van de marktinspectie (ondertekening lijkt op *F. Middelkoop*). Aan: Den heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk advies / brief. 27 augustus 1940. Vermoedelijk een medewerker of onderinspecteur van de marktinspectie (ondertekening lijkt op F. Middelkoop). Den heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. No. 80/50/1-40.

Den heer Inspecteur
v. h. Marktwezen alhier.

Volgens persoonlijke verklaring van den heer
Cohen is de tijdelijke bezetting van zijn plaats
op het Waterlooplein gedurende den oorlog tot
deze ten einde is. Indien het uitstel was voor
een paar maanden, was hiertegen m. i. geen bezwaar,
In dit geval, nu wij den tijd van uitstel niet
kunnen bezien, is het m. i. niet gewenscht
om aan dit verzoek te voldoen, daar er in
dezen tijd vele kooplieden zijn die om verschillende
redenen, hun plaats op de markt niet kunnen
bezetten en dezen dit toch doen om hun plaats
te behouden.

Amsterdam 27 Augustus 1940
F. Middelkoop [?] De kern van dit document is een ambtelijke afwijzing van een verzoek om uitstel van de bezettingsplicht voor een marktplaats. Een zekere heer Cohen heeft gevraagd of hij zijn staanplaats op de markt aan het Waterlooplein onbezet mag laten voor de volledige duur van de oorlog, met behoud van zijn rechten op die plek.

De schrijver van het advies hanteert een strikt formeel standpunt. Hoewel hij begrip toont voor een kortstondig uitstel van enkele maanden, vindt hij een ongedefinieerd uitstel "tot de oorlog ten einde is" onacceptabel. Het belangrijkste argument hiervoor is de precedentwerking en de billijkheid tegenover andere kooplieden. De auteur merkt op dat veel andere marktkooplieden zich onder moeilijke omstandigheden in bochten wringen om hun plaats wél te blijven bezetten, enkel om hun vergunning niet te verliezen. Het inwilligen van Cohens verzoek zou onrechtvaardig zijn tegenover deze groep. Dit document is historisch saillant vanwege de datum en de locatie. Augustus 1940 is slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was destijds het hart van de Joodse buurt in Amsterdam, en de markt aldaar had een overwegend Joods karakter. De achternaam 'Cohen' bevestigt dat de verzoeker vrijwel zeker Joods was.

Hoewel de brief is opgesteld in een neutrale, bureaucratische toon, weerspiegelt het de beginnende onzekerheid en ontwrichting die de oorlog teweegbracht voor Joodse ondernemers. De weigering van de marktinspectie om coulance te betrachten bij een verzoek om tijdelijke afwezigheid, toont hoe de strikte naleving van regels (bureaucratische starheid) nadelig uitpakte voor burgers in een uitzonderingstoestand. Niet lang na het schrijven van deze brief zouden de bezettingsautoriteiten specifieke anti-Joodse maatregelen invoeren die de positie van mensen zoals de heer Cohen op de Amsterdamse markten systematisch onmogelijk maakten.

Samenvatting

De kern van dit document is een ambtelijke afwijzing van een verzoek om uitstel van de bezettingsplicht voor een marktplaats. Een zekere heer Cohen heeft gevraagd of hij zijn staanplaats op de markt aan het Waterlooplein onbezet mag laten voor de volledige duur van de oorlog, met behoud van zijn rechten op die plek.

De schrijver van het advies hanteert een strikt formeel standpunt. Hoewel hij begrip toont voor een kortstondig uitstel van enkele maanden, vindt hij een ongedefinieerd uitstel "tot de oorlog ten einde is" onacceptabel. Het belangrijkste argument hiervoor is de precedentwerking en de billijkheid tegenover andere kooplieden. De auteur merkt op dat veel andere marktkooplieden zich onder moeilijke omstandigheden in bochten wringen om hun plaats wél te blijven bezetten, enkel om hun vergunning niet te verliezen. Het inwilligen van Cohens verzoek zou onrechtvaardig zijn tegenover deze groep.

Historische Context

Dit document is historisch saillant vanwege de datum en de locatie. Augustus 1940 is slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was destijds het hart van de Joodse buurt in Amsterdam, en de markt aldaar had een overwegend Joods karakter. De achternaam 'Cohen' bevestigt dat de verzoeker vrijwel zeker Joods was.

Hoewel de brief is opgesteld in een neutrale, bureaucratische toon, weerspiegelt het de beginnende onzekerheid en ontwrichting die de oorlog teweegbracht voor Joodse ondernemers. De weigering van de marktinspectie om coulance te betrachten bij een verzoek om tijdelijke afwezigheid, toont hoe de strikte naleving van regels (bureaucratische starheid) nadelig uitpakte voor burgers in een uitzonderingstoestand. Niet lang na het schrijven van deze brief zouden de bezettingsautoriteiten specifieke anti-Joodse maatregelen invoeren die de positie van mensen zoals de heer Cohen op de Amsterdamse markten systematisch onmogelijk maakten.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3