Administratieve registratiekaart (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Administratieve registratiekaart (Model No. 14, Algemene Zaken). 5 november 1940 (binnengekomen/doorgezonden) tot 18 november 1940. [In de linker bovenhoek, gestempeld kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/62/1 1940
DOORGEZONDEN: 5/11
[In de rechter bovenhoek:]
942
[In het midden, handgeschreven:]
M. de Hond-Sluiter
pl. A20 Waterlooplein
[Hoofdtekst:]
De Wed. de Hond Sluiter verzoekt om
zich op haar plaats op het Waterlooplein
te mogen laten assisteeren door haar
dochter R. Groenteman-de Hond. Haar bedoeling
is echt om zich op de dagen, dat zij een
standplaats inneemt bij het Wilh. Gasthuis te laten ver-
vangen door haar dochter.
[Aantekening rechtsboven:]
Geen assistentie
In overleg
advies
6-11-’40
deHaer
[Onderste paragraaf:]
Tegen inwilliging van haar verzoek om zich
te mogen laten assisteeren op haar plaats op het
Waterlooplein bestaat m.i. geen bezwaar.
onder voorwaarde dat zij zich niet laat vervangen.
[Onderaan:]
18/11/40 PS
[In rood:] 30/62/2 4.
14-11-’40
deHaer
[Linksonder in druk:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een verzoek van een marktkoopvrouw, de weduwe De Hond-Sluiter, die een vaste standplaats (A20) heeft op het Amsterdamse Waterlooplein. Zij verzoekt om toestemming voor "assistentie" door haar dochter, R. Groenteman-de Hond.
Uit de tekst blijkt een bureaucratische nuance: de aanvrager wil eigenlijk dat haar dochter haar vervangt op de dagen dat zij zelf op een andere markt staat (bij het Wilhelmina Gasthuis). De ambtenaar (deHaer) wijst vervanging strikt af ("Geen assistentie" en later "onder voorwaarde dat zij zich niet laat vervangen"), maar staat wel toe dat de dochter aanwezig is om te helpen zolang de vergunninghoudster zelf ook aanwezig is. Dit onderscheid tussen 'assisteren' en 'vervangen' was essentieel voor de handhaving van marktvergunningen. Dit document dateert van november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De namen (De Hond, Groenteman) en de locatie (Waterlooplein) duiden erop dat het hier gaat om leden van de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
In deze periode begonnen de bezetters met de registratie en stapsgewijze beperking van Joodse economische activiteiten. Hoewel de markt op het Waterlooplein op dit specifieke moment nog redelijk normaal functioneerde, toont deze kaart de strenge controle op vergunningen. Niet lang na deze correspondentie, in 1941, zouden de regels voor Joodse marktkooplieden drastisch verscherpen, resulterend in het verbod op Joodse handel op openbare markten en de instelling van specifieke "Joodse markten". M. No M. de Hond R. Groenteman