Getypte brief op grijs doorslagpapier (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief op grijs doorslagpapier (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 18 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, schuin:] extra
[Rechtsboven:] VP/HG.
Mw. de Wed. M. de Hond-Sluiter,
Lange Houtstraat 45 I,
Amsterdam-Centrum.
[Rechts:] Wijk 2.
[Links:] 30/62/2 M. [Rechts:] 18 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 October jl. verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op Uw plaats op de markt Waterlooplein te laten bijstaan door Uw dochter R. Groenteman-de Hond. U dient er evenwel rekening mede te houden, dat het U uitdrukkelijk is verboden om zich op vorenbedoelde plaats door Uw dochter te laten vervangen.
[Rechtsonder:] De Directeur, De brief is een formeel besluit van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van het marktwezen) aan een marktkraamhoudster op het Waterlooplein. De weduwe De Hond-Sluiter krijgt toestemming om zich te laten bijstaan door haar dochter, R. Groenteman-de Hond. Er wordt echter een zeer strikt onderscheid gemaakt tussen bijstand en vervanging: het is de dochter expliciet verboden om de plaats van haar moeder volledig in te nemen. Dit duidt op een streng vergunningenbeleid waarbij de vergunning strikt persoonsgebonden was. De datum van de brief, 18 november 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De namen op het document (De Hond, Sluiter, Groenteman) en de locatie (Lange Houtstraat, Waterlooplein) wijzen erop dat dit personen uit de Joodse gemeenschap van Amsterdam betreft. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse marktbuurt.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met het invoeren van steeds meer beperkende maatregelen voor Joodse burgers. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een gewone administratieve handeling lijkt, past de strikte bureaucratische controle op wie er op de markt mocht staan in het bredere plaatje van de toenemende regulering en isolatie van Joodse ondernemers en marktkooplui, wat uiteindelijk zou leiden tot het instellen van aparte "Jodenmarkten" en later de totale uitsluiting van Joden uit het economisch leven. M. de Hond R. Groenteman Marktwezen