Getypt afschrift van een ambtelijk schrijven/advies.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijk schrijven/advies. De Hoofdcommissaris van Politie (ondertekend door H. Holsbergen). No.30/65/1 M.1940 AFSCHRIFT.
Ind.12/11 1940 Bo.3075 Bel.Pr.
Dict.Ga/Mi.
Ir.S.No.16848/1940.
Dossier U.1.c.
Groep C.
Adressant, Pieter Gort, geboren te Amsterdam, 16 September 1887, handelaar in tweedehandsche meubelen, wonende Kalkmarkt 10 en zaakdrijvende Zwanenburgwal 45, vraagt vergunning tot het op werkdagen gedurende den tijd, waarop zijn winkel voor het publiek geopend is, uitstallen met meubelen (tafels, stoelen, enz.) op den openbaren weg, den inrit voor laatstgenoemd perceel.
Hij wenscht daartoe te beschikken over een oppervlakte van 2 m2, 2 meter langs en 1 meter uit den gevel.
Tenzij met het oog op den aard van de uit te stallen artikelen ongewenscht (in dit verband moge echter worden opgemerkt, dat het hier een min of meer rommelige omgeving betreft, waar aan den walkant tevens markt wordt gehouden) bestaat uit politieoogpunt geen bezwaar tegen een uitstalling tot 0,50 meter uit den gevel, waarmede adressant verklaarde desgewenscht genoegen te nemen.
Terzake ware i.c. wijl hier tevens een markt is gevestigd, eveneens het advies van den Directeur van het Marktwezen in te winnen.
Amsterdam, 11 November 1940.
De Hoofdcommissaris van Politie, enz.
w.g. H. Holsbergen.
Geen Bezwaar:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. C.F. Sixma,
wnd. Dit document betreft een vergunningsaanvraag van Pieter Gort, een handelaar in tweedehands meubelen gevestigd aan de Zwanenburgwal 45 in Amsterdam. Hij verzoekt om toestemming om tijdens openingsuren meubilair zoals tafels en stoelen buiten op de stoep te plaatsen (een uitstalling).
De politie adviseert dat, hoewel de aanvrager 1 meter diepte vanaf de gevel wenste, er slechts toestemming gegeven kan worden voor 0,50 meter. Opvallend is de motivatie: de politie merkt op dat de omgeving ter plaatse al "min of meer rommelig" is vanwege de nabijgelegen markt aan de walkant, waardoor een beperkte uitstalling acceptabel wordt geacht. De aanvrager is met deze beperking akkoord gegaan. Omdat de locatie grenst aan een marktterrein, is ook het advies van de Directeur van het Marktwezen gevraagd, die verklaart "geen bezwaar" te hebben. Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleven de gemeentelijke bureaucratie en de politie in eerste instantie grotendeels op de gebruikelijke wijze functioneren voor civiele zaken zoals marktvergunningen en APV-kwesties.
De locatie, Zwanenburgwal 45, lag midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. Hoewel de naam 'Gort' een algemeen Nederlandse achternaam is, bevond de zaak zich in een gebied dat in de daaropvolgende oorlogsjaren zwaar getroffen zou worden door de maatregelen van de bezetter. De informele beschrijving van de buurt als "rommelig" getuigt van de toenmalige sfeer van de levendige, drukke handelsbuurt rond de Waterloopleinmarkt.