Archief 745
Inventaris 745-326
Pagina 48
Dossier 68
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

6 augustus 1940 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (gelet op de aanduiding "Alhier" en de referentie naar de Centrale Markt)

Origineel

6 augustus 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (gelet op de aanduiding "Alhier" en de referentie naar de Centrale Markt) [Handgeschreven:] extra

HG.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

37/2/32 M. 2 6 augustus 1940.

In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in
duplo te doen geworden ten name van W.Cosman betreffende huur
van pakhuisafdeeling no. Hn 4 op de Centrale Markt, voor den
opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethou-
ders d.d. 7 April 1939 no.97 L.M.1939).

Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van
dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en
mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor
registratie worden zorggedragen.

De Directeur, Deze ambtelijke brief dient als geleidebrief voor een formeel huurcontract. De directeur van de betreffende dienst verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om bemiddeling bij het verkrijgen van de handtekening van de Burgemeester onder een contract voor de heer W. Cosman. Het object van de huur is "pakhuisafdeeling no. Hn 4" op de Centrale Markt in Amsterdam. De brief verwijst naar een besluit van B&W uit april 1939, wat duidt op een administratieve afhandeling die enige tijd na het oorspronkelijke besluit plaatsvindt. Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer", "moge U beleefd verzoeken"). De brief is gedateerd op 6 augustus 1940, ruim drie maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de ambtelijke molens in deze periode nog grotendeels op de oude voet door lijken te draaien, is de context van de vroege bezettingstijd van belang. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was van vitaal belang voor de voedseldistributie in Amsterdam.

De naam 'Cosman' is een veelvoorkomende Joodse achternaam. Gezien het tijdstip bevindt de stad zich aan de vooravond van de eerste ingrijpende anti-Joodse maatregelen die de bezetter zou opleggen aan het Amsterdamse bedrijfsleven en de marktkooplui. Dergelijke documenten in archieven kunnen een beeld geven van de economische positie van Joodse ondernemers vlak voordat de onteigeningen en 'ariseringen' door de bezetter begonnen. De aantekening "extra" bovenaan de brief zou kunnen wijzen op een spoedprocedure of een bijzondere behandeling van dit specifieke dossier.

Samenvatting

Deze ambtelijke brief dient als geleidebrief voor een formeel huurcontract. De directeur van de betreffende dienst verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om bemiddeling bij het verkrijgen van de handtekening van de Burgemeester onder een contract voor de heer W. Cosman. Het object van de huur is "pakhuisafdeeling no. Hn 4" op de Centrale Markt in Amsterdam. De brief verwijst naar een besluit van B&W uit april 1939, wat duidt op een administratieve afhandeling die enige tijd na het oorspronkelijke besluit plaatsvindt. Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer", "moge U beleefd verzoeken").

Historische Context

De brief is gedateerd op 6 augustus 1940, ruim drie maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de ambtelijke molens in deze periode nog grotendeels op de oude voet door lijken te draaien, is de context van de vroege bezettingstijd van belang. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was van vitaal belang voor de voedseldistributie in Amsterdam.

De naam 'Cosman' is een veelvoorkomende Joodse achternaam. Gezien het tijdstip bevindt de stad zich aan de vooravond van de eerste ingrijpende anti-Joodse maatregelen die de bezetter zou opleggen aan het Amsterdamse bedrijfsleven en de marktkooplui. Dergelijke documenten in archieven kunnen een beeld geven van de economische positie van Joodse ondernemers vlak voordat de onteigeningen en 'ariseringen' door de bezetter begonnen. De aantekening "extra" bovenaan de brief zou kunnen wijzen op een spoedprocedure of een bijzondere behandeling van dit specifieke dossier.

Gerelateerde Documenten 6