Handgeschreven verslag/notitie van een bespreking.
Origineel
Handgeschreven verslag/notitie van een bespreking. 23 oktober 1937. [Koptekst rechtsboven:]
Tuindersstichting
Amsterdam.
Plan Brinkgreve
23 Oct. 37.
Bespreking met L. Enckel.
Ongeveer 2 jaar geleden Brinkgreve
met P.W. gesproken over reservering van
gronden voor tuinbouw. Kosten destijds
geraamd in verband met wegaanleg,
verkaveling, waterwegen etc. op f 1.— per
m2 tuinbedrijf (grond onbewerkt).
Gemeente beschikt over enkele stroken
grond die de in plan groot Amsterdam
voor tuinbouw aangewezen gronden kruisen.
Gemeente zou gronden moeten aankopen
In veiling gaan boerderijen wel op f 3000.—
per HA. Maar de gemeente rekent op
andere gronden biedingen dan dat men ze
nu f 5000.— per HA. betalen.
Indien gronden voor stadsuitbreiding
nodig zijn kan onteigend. In dat
geval moet de gemeente toch nog
hooge vergoedingen betalen o.a. wegens
bedrijfsschade, ook al biedt ze elders
tuinbouwgronden aan. Rechtbank
pleegt nogal eens groot gewicht
toe te kennen aan de bezwaren der
onteigenden.
Mogelijkheid onteigening gronden voor
tuinbouwdoeleinden dubieus.
[Rechtsonder:]
202. Dit document is een verslag van een zakelijke bespreking over de ruimtelijke ordening en de financiële aspecten van tuinbouwgrond in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Grondprijzen: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de waarde van onbewerkte grond voor een tuinbedrijf (geraamd op 1 gulden per vierkante meter) en de marktprijs van boerderijen op veilingen (3000 tot 5000 gulden per hectare).
- Infrastructurele uitdagingen: De gemeente Amsterdam bezit stroken grond die dwars door de geplande tuinbouwgebieden lopen, wat de uitvoering van het "Plan Brinkgreve" bemoeilijkt.
- Juridische belemmeringen: De auteur van de notitie is sceptisch over de mogelijkheid tot onteigening voor tuinbouwdoeleinden. Er wordt gewezen op de neiging van de rechtbank om de belangen van de huidige eigenaren zwaar te laten wegen, vooral wat betreft de post 'bedrijfsschade'. Dit maakt onteigening voor de gemeente een dure en onzekere weg. In de jaren dertig was Amsterdam volop bezig met de uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1934. Terwijl de stad groeide, moesten vitale functies zoals de voedselvoorziening (tuinbouw) een plek krijgen aan de randen van de stad, bijvoorbeeld in de Sloterpolder.
De "P.W." in de tekst verwijst naar de Dienst der Publieke Werken, die destijds verantwoordelijk was voor de stadsuitbreiding. "Brinkgreve" verwijst waarschijnlijk naar een specifiek deelplan of een betrokken ambtenaar/stedenbouwkundige. Het document illustreert het spanningsveld tussen de ambitieuze uitbreidingsplannen van de gemeente en de weerbarstige juridische en financiële realiteit van grondverwerving en onteigening. L. Enckel Gemeente Amsterdam Publieke Werken