Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 64
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum.

Januari 1933 (linksboven gemarkeerd als "Jan '33").

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum. Januari 1933 (linksboven gemarkeerd als "Jan '33"). [Linksboven:]
Jan '33
Aantekening
inzake
Plan
Tuindersstichting

[Rechtsboven:]
Tuindersstichting

[Midden links:]
I te achten

[Hoofdtekst:]
Indien gemeente aanleg van
wegen, vaarten ed met behulp van
werkfonds zou kunnen doen uitvoeren,
rijst de vraag of
a. niet tegelijkertijd verharding,
graven van sloten, beschoeiing,
egalisatie, kunnen worden
uitgevoerd
b. deze kosten eveneens in de prijs
van de terreinen kunnen worden
verdisconteerd
c. het juist is dat, wanneer
werkfondskosten lager zouden zijn
dan „normale“ kosten van uitvoering,
de eerste in de prijs zouden worden
verdisconteerd en
d. of het niet beter is de „normale“
kosten in rekening te brengen
(wanneer deze hooger zijn) en een
eventueel voordeelig verschil (zoover mogelijk)
te doen strekken voor een fonds
voor eventueele credietverschaffing
aan Tuinders

[Onderaan:]
(w.g. initiaal/paraaf) Het document is een beleidsmatige vraagstelling over de financiering van infrastructuur voor een tuindersproject. De kern van de notitie is een afweging tussen directe kostenberekening en sociale herinvestering:

  1. Uitvoering: Er wordt voorgesteld om diverse grondwerkzaamheden (wegen, vaarten, sloten, beschoeiing en egalisatie) te laten uitvoeren met middelen uit een "werkfonds".
  2. Financiële verwerking: De schrijver vraagt zich af of de kosten die hiermee gemoeid zijn, moeten worden doorberekend in de verkoopprijs van de terreinen.
  3. De beleidskeuze: Er wordt een specifiek scenario geschetst (punt c en d): als de inzet van het werkfonds goedkoper is dan reguliere marktconforme uitvoering ("normale kosten"), moet de gemeente dan de lage prijs rekenen, of de "normale" prijs vragen en de winst (het "voordeelig verschil") storten in een kredietfonds voor de tuinders zelf. De datering (januari 1933) plaatst dit document midden in de Grote Depressie. In deze periode maakte de Nederlandse overheid op grote schaal gebruik van de Werkverschaffing. Werklozen werden ingezet voor zwaar handwerk, zoals ontginningen en infrastructuurprojecten, waarbij de lonen vaak lager lagen dan in de vrije markt.

De "Tuindersstichting" waarover gesproken wordt, past in de tijdgeest van die jaren, waarin getracht werd om arbeiders of kleine zelfstandigen via land- en tuinbouwprojecten een bestaan te bieden. De discussie over het aanleggen van een "fonds voor eventueele credietverschaffing" getuigt van een sociaal-economische visie waarbij men de besparingen uit de werkverschaffing wilde hergebruiken om de startende tuinders financieel te ondersteunen (microkrediet avant la lettre).

Samenvatting

Het document is een beleidsmatige vraagstelling over de financiering van infrastructuur voor een tuindersproject. De kern van de notitie is een afweging tussen directe kostenberekening en sociale herinvestering:

  1. Uitvoering: Er wordt voorgesteld om diverse grondwerkzaamheden (wegen, vaarten, sloten, beschoeiing en egalisatie) te laten uitvoeren met middelen uit een "werkfonds".
  2. Financiële verwerking: De schrijver vraagt zich af of de kosten die hiermee gemoeid zijn, moeten worden doorberekend in de verkoopprijs van de terreinen.
  3. De beleidskeuze: Er wordt een specifiek scenario geschetst (punt c en d): als de inzet van het werkfonds goedkoper is dan reguliere marktconforme uitvoering ("normale kosten"), moet de gemeente dan de lage prijs rekenen, of de "normale" prijs vragen en de winst (het "voordeelig verschil") storten in een kredietfonds voor de tuinders zelf.

Historische Context

De datering (januari 1933) plaatst dit document midden in de Grote Depressie. In deze periode maakte de Nederlandse overheid op grote schaal gebruik van de Werkverschaffing. Werklozen werden ingezet voor zwaar handwerk, zoals ontginningen en infrastructuurprojecten, waarbij de lonen vaak lager lagen dan in de vrije markt.

De "Tuindersstichting" waarover gesproken wordt, past in de tijdgeest van die jaren, waarin getracht werd om arbeiders of kleine zelfstandigen via land- en tuinbouwprojecten een bestaan te bieden. De discussie over het aanleggen van een "fonds voor eventueele credietverschaffing" getuigt van een sociaal-economische visie waarbij men de besparingen uit de werkverschaffing wilde hergebruiken om de startende tuinders financieel te ondersteunen (microkrediet avant la lettre).

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →