Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 87
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Statistische tabel / Rapportage (waarschijnlijk een gemeentelijk statistisch jaarboek).

Origineel

Statistische tabel / Rapportage (waarschijnlijk een gemeentelijk statistisch jaarboek). ### [Pagina 28]

6. Aantal en oppervlakte der bedrijven in het klein-, middel- en grootbedrijf, naar hun ligging in de gemeente.
Nombre et superficie des entreprises dans la petite industrie, dans l'industrie moyenne et dans la grande industrie, d'après leur situation dans la commune.

Liggende in: Parties de la commune Buurtletter Quartier Kleinbedrijf Petite culture (1—20 H.A.) Middelbedrijf Moyenne culture (20—40 H.A.) Grootbedrijf Grande culture (40 H.A. en daarboven) Totaal Totaux
Aantal Nombre | Oppervlakte Superficie H.A. Aantal Nombre | Oppervlakte Superficie H.A. Aantal Nombre | Oppervlakte Superficie H.A. Aantal Nombre | Oppervlakte Superficie H.A.
Absolute cijfers. Chiffres absolus.
Noorder IJpolder...................... OA en OB 1 17.— 4 114.50
Amsterdammerpolder............... ZA en ZB 2 21.— 3 93.50
Groote IJpolder, Overbraker Buitenpolder en Spieringhorner Buitenpolder....................... HK 9 107.67 22 661.71
Lutkemeerpolder....................... HG 2 32.30 4 122.74
Andere deelen der gemeente ... NC, BD, RA, SR, AS, AT, ZZ en WA** 1 3.50 1 29.—
Totaal Totaux...... 15 181.47 34 1021.45
Percentages. Pourcentages.
Noorder IJpolder...................... OA en OB 16.7 9.6 66.6 64.9
Amsterdammerpolder............... ZA en ZB 28.6 8.8 42.8 39.0
Groote IJpolder, Overbraker Buitenpolder en Spieringhorner Buitenpolder....................... HK 20.5 7.6 50.0 46.5
Lutkemeerpolder....................... KG 28.6 15.5 57.1 59.1
Andere deelen der gemeente ... NC, BD, RA, SR, AS, AT, ZZ en WA** 25.0 2.1 25.0 17.2
Totaal Totaux .......................... 22.1 8.2 50.0 46.1

[Pagina 29]

7. De veestapel in de onderscheiden grootteklassen in vergelijking met 1921.
Le cheptel dans les entreprises de différente étendue, en comparaison avec le recensement de 1921.

Jaren Années 1—5 H.A. 5—10 H.A. 10—20 H.A. 20—30 H.A. 30—40 H.A. 40—50 H.A. 50—60 H.A. 60—70 H.A. 70 H.A. en daarboven et de plus Totaal Totaux
Absolute cijfers. Chiffres absolus.
Aantal bedrijven........ 1930 1 5 9 18 16 10 4 2 3 68
Nombre des entrepr. 1921 6 10 21 15 8 10 9 1 2 82
Oppervlakte in H.A. ... 1930 3.50 39.90 138.07 462.30 559.15 441.15 215.92 128.90 225.— 2213.89
Superficie en H.A. 1921 14.— 75.55 333.10 358.75 261.86 425.50 489.10 65.— 182.— 2204.86
Paarden beneden 3 jaar 1930 3 7 9 10 5 4 5 43
Chevaux de moins de 3 ans 1921 3 22 18 16 26 29 7 5 126
Paarden boven 3 jaar... 1930 1 8 27 81 80 63 31 14 19 324
Chevaux de plus de 3 ans 1921 6 16 66 70 47 75 81 15 32 408
Runderen. Bovins.
Melk- en kalfkoeien 1930 2 5 14 13 13 7 14 2 73
Vaches laitières et vaches pleines 1921 1 19 21 33 12 13 16 2 5 122
Ander rundvee......... 1930 5 9 46 13 12 13 2 100
Autres bovidés 1921 5 8 8 17 5 9 12 64
Totaal aantal runderen 1930 2 10 23 59 26 19 27 4 170
Nombre tot. des bov. 1921 6 27 29 50 17 22 28 2 5 186
Schapen Brebis......... 1930 7 11 27 11 14 70
1921 3 22 8 33
Varkens Porcs ......... 1930 2 144 86 140 86 35 7 2 502
1921 3 27 39 59 93 62 55 338
Bokken en geiten ...... 1930 2 8 2 2 8 2 1 1 26
Boucs et chèvres 1921 3 12 7 3 1 3 1 1 31
Kippen Poules ......... 1930 10 223 228 446 643 533 210 49 108 2450
1921 151 222 397 328 237 283 351 45 40 2054
Eenden Canards ...... 1930 20 17 4 41
Gemiddeld per 100 H.A. Par 100 H.A.
Paarden boven 3 jaar... 1930 28.6 20.1 19.5 17.3 14.3 14.3 14.4 10.9 8.4 14.6
Chevaux de plus de 3 ans 1921 42.9 21.2 19.8 19.5 17.9 17.6 16.6 23.1 17.6 18.5

--- * Landbouwkundige structuur: De tabel toont een gedetailleerd overzicht van de agrarische sector in de Amsterdamse polders rond 1930. Het "middelbedrijf" (20-40 ha) is dominant in aantal (34 van de 68 bedrijven) en beslaat bijna de helft van de oppervlakte.
* Schaalvergroting: Tussen 1921 en 1930 is het totaal aantal bedrijven gedaald van 82 naar 68, terwijl de totale oppervlakte nagenoeg gelijk bleef (ca. 2200 ha). Dit duidt op een proces van schaalvergroting en bedrijfsbeëindiging van kleinere bedrijven.
* Veehoudery trends: Er is een opvallende stijging te zien in het aantal varkens (van 338 naar 502) en kippen (van 2054 naar 2450). Daarentegen daalde het aantal paarden (zowel jong als volwassen), wat kan wijzen op een beginnende mechanisatie of een verschuiving in transportmiddelen.
* Geografische focus: De nadruk ligt op de polders ten westen en noorden van Amsterdam (Noorder IJpolder, Groote IJpolder), gebieden die later in de 20e eeuw grotendeels stedelijk gebied zouden worden.

--- Deze pagina's maken deel uit van een officiële statistische publicatie over de gemeente Amsterdam. In de vroege 20e eeuw was het gebruikelijk om dergelijke rapporten tweetalig (Nederlands/Frans) uit te voeren voor internationale wetenschappelijke en administratieve vergelijkbaarheid.

De periode 1921-1930 markeert een tijd van modernisering in de Nederlandse landbouw, ondanks de beginnende economische crisis rond 1930. De genoemde polders zoals de Lutkemeerpolder en de Groote IJpolder waren destijds vitale agrarische gebieden die de groeiende stad Amsterdam van voedsel voorzagen. De buurtletters (zoals HK en HG) verwijzen naar de administratieve indeling van de gemeente Amsterdam voor de volkstellingen en statistische waarnemingen van die tijd. De asterisken bij buurt WA** verwijzen vermoedelijk naar een voetnoot elders in het originele document.

Samenvatting

  • Landbouwkundige structuur: De tabel toont een gedetailleerd overzicht van de agrarische sector in de Amsterdamse polders rond 1930. Het "middelbedrijf" (20-40 ha) is dominant in aantal (34 van de 68 bedrijven) en beslaat bijna de helft van de oppervlakte.
  • Schaalvergroting: Tussen 1921 en 1930 is het totaal aantal bedrijven gedaald van 82 naar 68, terwijl de totale oppervlakte nagenoeg gelijk bleef (ca. 2200 ha). Dit duidt op een proces van schaalvergroting en bedrijfsbeëindiging van kleinere bedrijven.
  • Veehoudery trends: Er is een opvallende stijging te zien in het aantal varkens (van 338 naar 502) en kippen (van 2054 naar 2450). Daarentegen daalde het aantal paarden (zowel jong als volwassen), wat kan wijzen op een beginnende mechanisatie of een verschuiving in transportmiddelen.
  • Geografische focus: De nadruk ligt op de polders ten westen en noorden van Amsterdam (Noorder IJpolder, Groote IJpolder), gebieden die later in de 20e eeuw grotendeels stedelijk gebied zouden worden.

Historische Context

Deze pagina's maken deel uit van een officiële statistische publicatie over de gemeente Amsterdam. In de vroege 20e eeuw was het gebruikelijk om dergelijke rapporten tweetalig (Nederlands/Frans) uit te voeren voor internationale wetenschappelijke en administratieve vergelijkbaarheid.

De periode 1921-1930 markeert een tijd van modernisering in de Nederlandse landbouw, ondanks de beginnende economische crisis rond 1930. De genoemde polders zoals de Lutkemeerpolder en de Groote IJpolder waren destijds vitale agrarische gebieden die de groeiende stad Amsterdam van voedsel voorzagen. De buurtletters (zoals HK en HG) verwijzen naar de administratieve indeling van de gemeente Amsterdam voor de volkstellingen en statistische waarnemingen van die tijd. De asterisken bij buurt WA** verwijzen vermoedelijk naar een voetnoot elders in het originele document.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →