Statistische tabel uit een landbouwtelling.
Origineel
Statistische tabel uit een landbouwtelling. [Koptitel]
27. Het veebeslag in de onderscheiden grootteklassen der verschillende bedrijfstakken, in vergelijking met 1921.
Le bétail des entreprises de différente étendue dans les différentes branches, en comparaison avec le recensement de 1921.
[Kolomkoppen - Hoofdsecties]
1. Akkerbouw / Labourage
2. Veehouderij / Elevage
3. Groenteteelt / Culture maraîchère
4. Gemengd akkerbouw-tuinbouw-veehouderij / Agriculture-horticulture-élevage de bétail (mixte)
[Sub-kolomkoppen (Grootteklassen)]
* Beneden Moins de 1 H.A.
* 1-5 H.A.
* 5-10 H.A.
* 10-20 H.A.
* Zonder grond / Pas de terres (specifiek voor Veehouderij)
* Totaal / Totaux
(Voor Groenteteelt zijn er specifieke klassen: 0,05-0,25 H.A.; 0,25-0,50 H.A.; 0,50-0,75 H.A.; 0,75-1,00 H.A.; 1,50-1,75 H.A.)
[Rijen (Omschrijvingen)]
* Jaren / Années: 1930 / 1921
* Aantal bedrijven / Nombre des entreprises
* Oppervlakte in H.A. / Superficie en H.A.
* Paarden beneden 3 jaar / Chev. de moins de 3 ans
* Paarden boven 3 jaar / Chev. de plus de 3 ans
* Runderen / Bovins
* Schapen / Brebis
* Varkens / Porcs
* Geiten / Chèvres
* Kippen / Poules
* Eenden / Canards
(In de kolom Veehouderij wordt een onderscheid gemaakt tussen Rundveeh./bovidés en Pluimv.h./volaille voor de rijen van bedrijven en oppervlakte.)
--- Dit document is een gedetailleerde statistische tabel die de structuur van de veestapel in een specifieke regio (vermoedelijk België, gezien de tweetaligheid en lay-out) weergeeft aan het begin van de jaren '30.
- Vergelijking: De tabel vergelijkt gegevens uit 1930 met die uit 1921. Dit stelt historici en economen in staat om de evolutie van de landbouw na de Eerste Wereldoorlog en aan het begin van de Grote Depressie te bestuderen.
- Bedrijfsstructuur: Er is een duidelijke indeling naar specialisatie. Opvallend is de categorie "Veehouderij zonder grond", wat wijst op vroege vormen van intensieve veehouderij of kleine boeren die afhankelijk waren van gemeenschappelijke gronden of ingekocht voeder.
- Diversiteit: De tabel dekt een breed scala aan dieren, van trekdieren (paarden) tot kleinvee (kippen, eenden). Het enorme aantal kippen (bijv. 3318 in de totale kolom van de veehouderij voor 1930 tegenover 1601 in 1921) wijst op een sterke groei in de pluimveesector.
- Sociaal-economische indicator: De verdeling over grootteklassen (Hectares) geeft inzicht in de prevalentie van kleine familiebedrijven versus grotere landbouwbedrijven.
--- De jaren 1920 en 1930 markeerden een overgangsperiode in de Europese landbouw. Na de heropbouw na WOI volgde een periode van lichte modernisering, die echter werd overschaduwd door de wereldwijde economische crisis van 1929.
In België was de landbouw in deze periode nog steeds zeer arbeidsintensief, maar er was een merkbare verschuiving naar meer gespecialiseerde productie zoals tuinbouw en intensieve veeteelt om de groeiende stedelijke bevolking te voeden. Deze tabel is waarschijnlijk afkomstig uit een publicatie van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (of de toenmalige voorloper daarvan) en diende als basis voor beleidsvorming betreffende voedselvoorziening en economische planning. De overgang van werkpaarden naar mechanisatie was in 1930 weliswaar begonnen, maar uit de cijfers blijkt dat het paard nog steeds een centrale rol speelde in de akkerbouw.