Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 118
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Reglement of statuten van een financiële coöperatie (waarschijnlijk een tuinbouwbank).

Origineel

Reglement of statuten van een financiële coöperatie (waarschijnlijk een tuinbouwbank). [Pagina 2]

2

Art. 8. Het Bestuur is gemachtigd Credieten en Voorschotten te verleenen aan Leden, aan Tuinders-niet Leden, alsmede aan Groentehandelaren.
1. Onder hypothecair verband tot ten hoogste f 10.000.—.
2. Onder persoonlijke borgtocht of onderpand van Effecten tot ten hoogste f 5.000.—.
3. Aan hen, die een Rek. Courant op hypotheek hebben, nog een of meer voorschotten te verleenen, welke tezamen de f 10.000.— niet te boven gaan.
4. Aan hen, die een Rek. Courant hebben onder zekerheidsstelling van borgen, nog voorschotten te verstrekken, welke tezamen de f 5000.— niet te boven gaan, echter alleen dan, wanneer door de borgen van het eerst verleende crediet daarvoor schriftelijke goedkeuring is verleend.

Art. 9. Het bestuur is gemachtigd na verkregen goedkeuring van den Raad van Toezicht Credieten en Voorschotten te verleenen aan Leden, aan Tuinders-niet Leden, alsmede aan Groentehandelaren.
1. als bedoeld in art. 8 sub 1, tot ten hoogste f 25.000.—.
2. als bedoeld in art. 8 sub 2, tot ten hoogste f 7.000.—.
3. als bedoeld in art. 8 sub 3, tot ten hoogste f 15.000.—.
4. alsmede aan Vereenigingen en Vennootschappen, werkende in het belang van den Tuinbouw of bestaande uit Tuinders tot ten hoogste f 30.000.—.

Art. 10. Bij het verleenen van Credieten of Voorschotten moet altijd zonder uitzondering de behoorlijke terugbetaling zooveel mogelijk verzekerd zijn. Bestaat de zekerheidstelling in hypotheek, dan moet de overwaarde van de te verbinden goederen minstens de helft van het te verleenen crediet zijn, of anders moet deze zekerheid nog door borgen versterkt worden.
Bestaat de zekerheid in 2e hypotheek, dan moet de overwaarde der te verbinden goederen minstens de helft van het te verleenen crediet en de 1e hypotheek tezamen zijn en dan nog door minstens een borg de terugbetaling verzekerd worden. Is de 1e hypotheek door de N.V. Tuinbouwhypotheekbank verstrekt, is een borg niet noodzakelijk.
Bestaat de zekerheidsstelling uit borgen, dan zullen die borgen kapitaalkrachtig moeten zijn, naar gelang het te verleenen crediet groot is.

Art. 11. Slechts bij uitzondering en alleen bij Voorschotten op korten termijn kan een borg voldoende worden geacht.

Art. 12. Rek. Courant, waarvoor hypotheek als zekerheid is gesteld loopt voor onbepaalde tijd.
Rek. Courant en voorschotten onder zekerheidsstelling door borgen loopen voor ten hoogste 10 jaar. Met goedvinden der borgen kan verlenging worden gegeven.
Het bestuur heeft ten allen tijde het recht de verleende credieten en voorschotten op te zeggen en moeten die opgezegde bedragen binnen een maand na opzegging terugbetaald worden.

[Pagina 3]

3

Art. 13. Het bestuur is gemachtigd na verkregen goedkeuring van den Raad van Toezicht de overige gelden te beleggen:
1. in Deposito bij de Centrale Raiffeisenbank te Utrecht, bij de Centrale boerenleenbank te Eindhoven en bij de Ned. Landbouwbank te Amsterdam.
2. bij de Postcheque- en girodienst, alsmede bij de Gem. Giro, Amsterdam.
3. op Prolongatie.
4. in het aankoopen van schatkistbiljetten en schatkistpromessen.
5. in het aankoopen van Effecten tot een bedrag van ten hoogste f 400.000.—.
6. gelden of credieten te verstrekken op Hypotheek, Borgtocht of andere zekerheid aan vereenigingen, school- en kerkbesturen, stichtingen en personen, welke niet genoemd zijn onder art. 8 en 9.
7. credieten of leeningen te verstrekken aan stichtingen vereenigingen, school- en kerkbesturen, gemeente- en polderbesturen, waarvan de terugbetaling verzekerd is door de solidariteit der instelling zelf.
De in art. 13 genoemde beleggingen zijn ongelimiteerd, indien hierin niet anders is bepaald.

Art. 14 Het Bestuur is gemachtigd gelden op te nemen bij de Nederlandsche bank op onderpand van Effecten tot een bedrag van f 350.000.—, alsmede tijdelijk op te nemen op Prolongatie tegen onderpand van Effecten tot een bedrag van f 100.000.—.

Art. 15. De rente van Spaargelden, Deposito in Rek. Courant, Voorschotten en Credieten worden door het bestuur vastgesteld en gewijzigd na goedkeuring van den Raad van Toezicht.
Het bestuur moet bij elke wijziging der Rente de betrokkenen bij het in werkingtreden der wijziging in kennis stellen.

Art. 16. Bij inlage van Spaargelden gaat de Rente in op den 1en en den 16en van elke maand volgende op den datum van inleg; bij terughalen van Spaargelden houdt de rente op, op den 1en en den 16en van elke maand voorafgaande aan den datum van ontvangst.

Art. 17. Bij ontvangen van voorschotten gaat de rente in op den 1en en den 16en van elke maand voorafgaande aan den datum van ontvangst; bij terugbetalen van Voorschotten houdt de rente op, op den 1en en den 16en van elke maand volgende op den datum van terugbetaling.
Bij Rek. Courant wordt als datum van begin der rente, zoowel van gestorte als van uitbetaalde bedragen, aangegeven de datum der kwitantie van de betreffende som.
Voor rente-verlies berekent de Bank daarvoor 1 ‰ provisie over de in dat jaar uitbetaalde bedragen.

Art. 18. Voor verleende credieten in loopende Rekening, welke in het loopende boekjaar niet ter eeniger tijd geheel zijn opgenomen, wordt over het bedrag, hetwelk niet is opgenomen, 1 ‰ provisie berekend. * Juridisch-financiële structuur: Het document beschrijft een strikte scheiding van bevoegdheden tussen het 'Bestuur' en de 'Raad van Toezicht'. Voor grotere kredieten (boven de limieten van Art. 8) is expliciete goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig.
* Risicobeheer: Er is een sterke focus op onderpand (zekerheidsstelling). Interessant is de regel in Art. 10 dat bij een eerste hypotheek via de "N.V. Tuinbouwhypotheekbank" geen extra borg nodig is, wat duidt op een institutionele samenwerking.
* Doelgroep: De focus ligt specifiek op de agrarische sector, met name "Tuinders" en "Groentehandelaren". Dit wijst op een sectorale kredietvereniging of boerenleenbank.
* Liquiditeitsbeheer: Pagina 3 toont hoe de bank haar overtollige middelen beheert (beleggen bij grotere centrales zoals Raiffeisen of de Boerenleenbank) en hoe zij zelf kapitaal aantrekt (lenen bij de Nederlandsche Bank).
* Renteberekening: De rente wordt berekend per halve maand (de 1e en de 16e), wat destijds een gebruikelijke methode was om de administratieve werklast te beperken. Dit document is een representatief voorbeeld van de opkomst van de coöperatieve banksector in Nederland aan het begin van de 20e eeuw. In die periode verenigden tuinders en landbouwers zich in lokale banken (vaak volgens het Raiffeisen-model) om onafhankelijk te worden van commerciële banken en particuliere geldschieters.

De specifieke vernoeming van de N.V. Tuinbouwhypotheekbank (opgericht in 1913) en de twee concurrerende koepels (Utrecht en Eindhoven) plaatst dit document stevig in de context van de vroege Nederlandse tuinbouwgeschiedenis. De genoemde bedragen (tot f 30.000) waren voor die tijd aanzienlijk, wat suggereert dat dit de statuten zijn van een relatief grote of welvarende lokale tuinbouwbank.

Samenvatting

  • Juridisch-financiële structuur: Het document beschrijft een strikte scheiding van bevoegdheden tussen het 'Bestuur' en de 'Raad van Toezicht'. Voor grotere kredieten (boven de limieten van Art. 8) is expliciete goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig.
  • Risicobeheer: Er is een sterke focus op onderpand (zekerheidsstelling). Interessant is de regel in Art. 10 dat bij een eerste hypotheek via de "N.V. Tuinbouwhypotheekbank" geen extra borg nodig is, wat duidt op een institutionele samenwerking.
  • Doelgroep: De focus ligt specifiek op de agrarische sector, met name "Tuinders" en "Groentehandelaren". Dit wijst op een sectorale kredietvereniging of boerenleenbank.
  • Liquiditeitsbeheer: Pagina 3 toont hoe de bank haar overtollige middelen beheert (beleggen bij grotere centrales zoals Raiffeisen of de Boerenleenbank) en hoe zij zelf kapitaal aantrekt (lenen bij de Nederlandsche Bank).
  • Renteberekening: De rente wordt berekend per halve maand (de 1e en de 16e), wat destijds een gebruikelijke methode was om de administratieve werklast te beperken.

Historische Context

Dit document is een representatief voorbeeld van de opkomst van de coöperatieve banksector in Nederland aan het begin van de 20e eeuw. In die periode verenigden tuinders en landbouwers zich in lokale banken (vaak volgens het Raiffeisen-model) om onafhankelijk te worden van commerciële banken en particuliere geldschieters.

De specifieke vernoeming van de N.V. Tuinbouwhypotheekbank (opgericht in 1913) en de twee concurrerende koepels (Utrecht en Eindhoven) plaatst dit document stevig in de context van de vroege Nederlandse tuinbouwgeschiedenis. De genoemde bedragen (tot f 30.000) waren voor die tijd aanzienlijk, wat suggereert dat dit de statuten zijn van een relatief grote of welvarende lokale tuinbouwbank.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →