Een gedrukte pagina (pagina 4) uit een reglement of statutenboekje.
Origineel
Een gedrukte pagina (pagina 4) uit een reglement of statutenboekje. 4
Art. 19. In de maand Januari moeten alle Spaarboekjes worden
ingeleverd, ter bijschrijving van de rente en kosten, alsmede ter
controleering door het Bestuur en den Accountant.
Op het einde van de maand Januari wordt door het Bestuur aan houders
van Spaarboekjes, die hun boekje niet hebben ingeleverd, een Saldo-
biljet toegezonden, zoodat kan worden nagegaan of dit klopt met
het saldo van het Spaarboekje.
Op het einde van de maand Juni wordt aan Voorschot- en Rek. Courant-
houders een halfjaarlijksch afschrift van hun rekening toegezonden.
Op het einde van de maand Januari wordt aan Voorschot- en Rek.-
Couranthouders een afschrift van hun rekening van het afgeloopen
boekjaar, met bijgeschreven rente en kosten, toegezonden, met bij-
voeging van een rood saldo-biljet. Dit saldo-biljet moet uiterlijk voor
15 Februari bij de Bank worden ingeleverd, daar zulks noodzakelijk
is voor de controle door het Bestuur en den Accountant.
De rente van Spaargelden, Voorschotten en Rek. Courant wordt berekend
op 31 December en op dien datum op de kapitaalrekening geboekt.
Evenzoo alle provisie, kosten, zegels en boeten.
De rente en kosten van Voorschotten en credieten in Rek. Courant,
ook al staat de schuld op het hoogste bedrag, mogen toch bij het
kapitaal geboekt worden, doch moeten uiterlijk voor 1 Juli daarop-
volgend aangezuiverd worden.
Art. 20. Schending van het ambtsgeheim, bedoeld in Art. 19, 6e lid
en Art. 28, 4e lid, der Statuten, wordt telkenmale gestraft met een
boete van f 100.—.
Degene van wien het geheim geschonden is ontvangt de helft, de
andere helft komt ten bate van het Reservefonds.
Art. 21. Verzuim van bijwoning der algemeene Vergadering wordt
beboet met f 1.— boete; voor hen, die door ziekte verhinderd zijn,
wordt geen boete geheven. Deze boete komt niet in de kas, maar
wordt op de Algemeene Vergadering verloot onder de aanwezige leden,
die van begin tot het einde de vergadering bijwonen. * Administratieve controle: Artikel 19 legt de nadruk op een strikte jaarlijkse en halfjaarlijkse controle van de boekhouding. Het gebruik van "roode saldo-biljetten" diende als een visueel controlemiddel voor de accountant om de standen in de boeken van de bank te vergelijken met die van de leden.
* Privacy en sancties: Artikel 20 toont aan dat privacy ("ambtsgeheim") destijds al zeer serieus werd genomen, met een voor die tijd aanzienlijke boete van 100 gulden. De verdeling van de boete (helft voor het slachtoffer, helft voor de bank) is een opmerkelijke juridische constructie.
* Ledenbetrokkenheid: Artikel 21 is een illustratie van de coöperatieve gedachte. Om de opkomst bij de jaarvergadering te stimuleren, werden afwezigen beboet. Het feit dat dit geld werd verloot onder de aanwezigen die de gehele vergadering uitzaten, fungeerde als een ludieke maar effectieve 'aanwezigheidspremie'. Dit document is representatief voor het Nederlandse coöperatieve bankwezen in de vroege 20e eeuw (vóór de spellinghervorming van 1947). In deze periode werden lokale banken vaak bestuurd door boeren of lokale notabelen. Het wantrouwen tegenover centrale macht en de noodzaak voor onderlinge controle (vandaar de rol van de accountant en de saldo-biljetten) waren kernwaarden van deze instellingen. De genoemde bedragen in guldens (f) duiden op een tijd waarin een boete van 1 gulden voor een gewone arbeider of kleine boer nog een merkbaar bedrag was.