Pagina uit een ambtelijk schrijven of rapportage (genummerd p. -3-).
Origineel
Pagina uit een ambtelijk schrijven of rapportage (genummerd p. -3-). 16 maart 1939 (gecorrigeerd van 26 maart). -3-
Voorloopig is het oog gevestigd op de gronden,
liggende tusschen Sloterweg en Slotervaart en wel voor een
gedeelte, omvattende rond 200 ha netto oppervlakte.
Nadat, in een op 16 Maart 1939 door de R.K.
Diocesane Land- en Tuinbouwbond Afdeeling Amsterdam daarvoor
speciaal belegde vergadering (waar ook de leden van de beide
andere in gecombineerd verband werkende vereenigingen, name-
lyk de Amsterdamsche Markttuinders en de Christelyke Boeren-
en Tuindersbond Afdeeling Amsterdam waren uitgenodigd, terwyl
verder enkele deskundigen aanwezig waren) van de plannen was
melding gemaakt, deze in enkele hoofdtrekken waren uiteenge-
zet en de noodzaak en het belang van samenwerking waren be-
toogd, werd met op één na algemeene stemmen besloten tot het
instellen van een commissie van voorbereiding, welke het
onderwerp in zyn geheelen omvang in studie zou nemen.
In deze commissie werden benoemd de Heeren N.J.
Dinkgreve, J.J.Th. Schreurs en G.J.Ottenhof voor de L.T.B.,
B.L. van der Weide voor de A.M.T., en W.Bernhard voor de
C.B.T.B. De Commissie heeft daarna uit haar midden een be-
stuur gekozen en daartoe aangewezen de ondergeteekenden N.J.
Dinkgreve als Voorzitter en B.L.van der Weide als Secretaris.
De Commissie stelt er prys op het College van
Burgemeester en Wethouders by dezen van hare instelling mede-
deeling te doen, zich by voorbaat overtuigd houdende, dat de
taak, welke zy op zich genomen heeft, by Uw College belang-
stelling zal ondervinden. Zy stelt zich voor om na onderzoek
naar de voorwaarden waaronder de tuinders in dezen tot samen-
werking kunnen worden gebracht, tot nadere voorstellen te
komen. Mochten deze voorstellen tot oprichting van een coöpe-
ratie leiden, dan zal deze zich te zyner tyd met bepaalde
voorstellen tot het Gemeentebestuur wenden.
Ten einde tot voorstellen te komen, die voor
verwezenlyking vatbaar zyn zal het noodig zyn, dat de Commis-
sie tydens de voorbereiding en eventueele uitwerking der
plannen overleg kan plegen met en zoo noodig voorlichting kan
ontvangen van de gemeentelyke instanties, die het naast by
deze zaak betrokken zyn, waaronder in de eerste plaats de
Diensten Publieke Werken (afdeeling Grondbedryf) en Markt-
wezen.
--- Dit document markeert een cruciaal moment in de geschiedenis van de ruimtelijke ordening van Amsterdam-West. Het beschrijft de vorming van een gezamenlijke commissie door drie verschillende tuindersbonden (katholiek, protestants en neutraal). Deze samenwerking was destijds uniek en werd ingegeven door de dreiging die uitging van de stadsuitbreidingsplannen.
Kernpunten:
* Samenwerking over zuilen heen: De L.T.B., C.B.T.B. en A.M.T. sloegen de handen ineen om als één blok te kunnen onderhandelen met de gemeente.
* Grondgebied: Het betreft een gebied van 200 hectare tussen de Sloterweg en de Slotervaart. Dit is precies het gebied waar later de Sloterplas en het Sloterpark zouden verrijzen.
* Strategie: De commissie kondigt formeel haar bestaan aan bij het College van B&W en vraagt direct om toegang tot informatie van de diensten Publieke Werken en Marktwezen. Hiermee positioneert de commissie zich als een serieuze gesprekspartner.
--- In de jaren dertig werkte de gemeente Amsterdam onder leiding van Cornelis van Eesteren aan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934. Dit plan voorzag in een enorme uitbreiding van de stad naar het westen, in de polders die destijds grotendeels in gebruik waren als tuinbouwgrond. De tuinders in de Sloterpolder waren essentieel voor de voedselvoorziening van de stad, maar hun gronden waren nodig voor de bouw van de zogenaamde 'Tuinsteden' (zoals Slotermeer en Geuzenveld).
De oprichting van deze commissie op 16 maart 1939 toont aan dat de tuindersgemeenschap zich realiseerde dat individuele protesten niet effectief zouden zijn. Ze probeerden via een coöperatieve weg (zoals in de tekst genoemd) invloed uit te oefenen op de voorwaarden van onteigening, herplaatsing en de toekomstige exploitatie van de resterende gronden. Kort na dit schrijven zou de Tweede Wereldoorlog uitbreken, waardoor de feitelijke uitvoering van de plannen van het AUP grotendeels werd vertraagd tot na 1945.