Notulen van een vergadering (slotgedeelte).
Origineel
Notulen van een vergadering (slotgedeelte). Hij stelt voor den heer Dinkgreve als voorzitter van het Voorloo-
pig Bestuur te benoemen en dus tevens als lid van het kleine comité.
De vergadering is het eenstemmig met het voorstel van den heer de
Jong eens, zoodat de heer Dinkgreve als voorzitter is gekozen.
De heer Dinkgreve dankt voor het in hem gestelde vertrouwen.
Hij vraagt of de aanwezigen ermede accoord gaan, dat de heer Ir.
van der Helm hem als secretaris ter zijde zal staan.
De heer Ir. van der Helm heeft echter bezwaren hiertegen. Hij wijst
er op, dat men waarschijnlijk ook in Beverwijk hem als secretaris zal
willen benoemen. Men moet juist zoo weinig mogelijk administratief
werk van hem verlangen, zoodat hij meer tijd voor vaktechnisch en orga-
nisatorisch werk over kan houden. Wel gaat hij ermede accoord, om tot
de definitieve oprichting van den proeftuin met den heer Dinkgreve de
noodige besprekingen te voeren en ook voorloopig als secretaris op te
treden.
De voorzitter vraagt of het wenschelijk is, dit comité nog verder
uit te breiden. Naar zijn meening is dit niet noodig. Wel vraagt hij
den heer Sixma of hij ook op zijn medewerking mag rekenen en zoo noo-
dig een beroep op zijn hulp mag doen.
De heer Sixma zegt gaarne alle mogelijke medewerking voor de toe
komst toe.
De voorzitter wil deze vergadering thans besluiten. Het kleine
comité zal nu aan het werk gaan en zoodra het noodzakelijk geacht wordt,
zal wederom een vergadering van het Voorloopig Bestuur worden bijeen
geroepen. Hij spreekt de verwachting uit, dat dan ook allen, zonder
uitzondering, aanwezig zullen zijn.
De heer van Senten vraagt of een uitnoodiging in het vervolg aan
zijn adres, Kerkweg V 88 T, gericht zal kunnen worden.
De voorzitter zegt dit gaarne toe.
De heer de Jong vraagt of een plaatsvervanger gezonden mag worden,
wanneer hij onverhoopt verhinderd mocht zijn, de vergadering bij te
wonen.
De voorzitter gaat hiermede accoord. Hij verzoekt echter, dat een
dergelijke plaatsvervanger volledig van alles op de hoogte gesteld zal
worden.
De heer van der Hoorn vraagt of de vergaderingen zooveel mogelijk
beperkt kunnen worden. Wanneer het absoluut noodzakelijk is, wil hij
gaarne komen. Hij wijst er echter op, dat de vervoersmoeilijkheden zeer
groot zijn, en er voorloopig wel niet beter op zullen worden.
De voorzitter belooft alleen dan een vergadering bijeen te zullen
roepen, wanneer dit beslist noodzakelijk is.
De heer Ir. van der Helm vraagt den heer de Jong, of hij prijs
stelt op het ontvangen van twee exemplaren van de notulen, ten einde
zijn plaatsvervanger zoo volledig mogelijk te kunnen inlichten.
De heer de Jong acht dit niet noodzakelijk.
De heer Ir. van der Helm zal gaarne van alle veilingen het aantal
leden vernemen. Hij wijst er op, dat het noodzakelijk is, dat men zich
namens een bepaald aantal tuinders tot de verschillende instanties
richt. Daarnaast zal men er den nadruk op moeten leggen, dat gevraagd
wordt voor den vollegrondstuinbouw, die tot heden oogenschijnlijk niet
zooveel de aandacht heeft gehad als de andere takken van den tuinbouw.
De heer Vrakking stelt voor, dat de secretarissen van de verschi-
llende veilingen een schriftelijke opgave aan den heer van der Helm
zullen doen.
Alle aanwezigen gaan hiermede accoord en zeggen toe, dat zij den
secretaris van hun vereeniging een dergelijke opgave zullen doen ver-
sturen.
De heer van der Hoorn------- Deze pagina bevat de afsluitende besprekingen van een bestuursvergadering. De kernpunten zijn de formele installatie van het bestuur (met dhr. Dinkgreve als voorzitter en Ir. van der Helm als interim-secretaris) en de nadruk op de belangenbehartiging van de vollegrondstuinbouw. Er is sprake van een sterke behoefte aan organisatiekracht om bij overheidsinstanties meer gehoor te vinden voor deze specifieke sector, die volgens de aanwezigen tot dan toe onderbelicht is gebleven ten opzichte van andere tuinbouwtakken.
Opvallend zijn de praktische belemmeringen die worden genoemd, zoals de hoge administratieve druk op gespecialiseerd personeel (Ir. van der Helm) en de moeizame logistiek voor de leden. Het document dateert zeer waarschijnlijk uit de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog of de laatste fase daarvan in Nederland. De term "vervoersmoeilijkheden" en de noodzaak om vergaderingen tot een minimum te beperken wijzen op een tijd van schaarste en beperkte mobiliteit.
De geografische verwijzing naar Beverwijk en de focus op "vollegrondstuinbouw" (zoals de teelt van aardbeien en groenten in de open lucht) plaatst de actie waarschijnlijk in de regio Kennemerland of de bollenstreek. De professionalisering door middel van een "proeftuin" was in die tijd een belangrijke stap in de modernisering van de Nederlandse landbouw. De verzameling van ledentallen van veilingen duidt op de vorming van een collectief front (mogelijk een voorloper van een productschap of regionale bond) om invloed uit te oefenen op het landbouwbeleid. De heren Dinkgreve (voorzitter) de Jong Ir. van der Helm (secretaris) Sixma van Senten van der Hoorn en Vrakking.