Getypte memo of rapportage over financiële ramingen.
Origineel
Getypte memo of rapportage over financiële ramingen. Niet expliciet vermeld (vermoedelijk late jaren '40 of vroege jaren '50, gezien de vermelding van schaarse bouwmaterialen en de munteenheid in guldens). CENTRAAL TUINBOUWCOMPLEX AMSTERDAM.
Uit de opstellingen-Dinkgreve (schema's van exploitatierekeningen van tuinbouwbedrijven van verschillende structuur) kan het volgende worden afgeleid.
De schema's geven aan de eene zijde weer de geraamde opbrengsten aan de hand van normale teeltschema's en van prijzen welke eveneens als normaal kunnen worden beschouwd. Aan de andere zijde zijn de totalen der uitgaven opgenomen, welke zoowel de eigenlijke bedrijfsonkosten en -uitgaven (inclusief afschrijvingen) als wel die uitgaven bevatten, die als "privé" zijn te beschouwen, welke dus feitelijk de inkomsten zijn, die de tuinders uit hun bedrijven verkrijgen.
Teneinde een duidelijk beeld te krijgen van hetgeen eventueel grond en woning hoogstens zouden mogen kosten, bij de stichting van nieuwe bedrijven in het geprojecteerde tuinbouwcomplex, is het noodig na te gaan, hetgeen de bedrijven, na aftrek van de zuivere en noodzakelijke bedrijfsonkosten als bruto overschot aan den tuinder opleveren.
Daartoe moet de post huur, welke in de opstellingen voorkomt, voor zoover daarin blijkbaar en de huur van den grond en die van de woning c.a. is begrepen, worden gesplitst. De grondhuur behoort tot de zuivere bedrijfskosten, de woninghuur tot de "privé-uitgaven" van den tuinder.
Deze totaalpost aan huur is in de desbetreffende exploitatie rekeningen opgenomen voor eenzelfde bedrag, namelijk $f$ 700,-.
[marge-aantekening:] (Haalbaar eigen blijken uit woning)
Volgens gegevens van de Inspectie Tuinbouw en Tuinbouwonderwijs loopen de huren in de onderhavige bedrijven in de omgeving van Amsterdam van $f$ 350,- tot $f$ 750,- per ha. De opstellingen Dinkgreve, voor zoover deze betreffen de drie gevallen waarin blijkbaar alleen van grondhuur sprake is, geven huren aan respectievelijk van $f$ 1050,- voor 3 ha., $f$ 625,- voor 2½ ha. en $f$ 400,- voor 1 ha., dus per ha. respectievelijk $f$ 350,-, $f$ 250,- en $f$ 400,- per jaar.
Aan de hand van deze cijfers kan de post huur ad $f$ 700,- per jaar dus gesplitst worden in $f$ 350,- voor grondhuur en $f$ 350,- voor huur van woning met toebehooren.
Uit de opstellingen Dinkgreve kan nu de volgende specificatie van "privé" worden getrokken:
| Huishoudgeld | $f$ 1560,- |
| Verzekeringen "patroon" | " 100,- |
| Huishuur | " 350,- |
| Overschot | " 330,- tot $f$ 830,- |
| --------------------- | |
| Totaal | $f$ 2340,- tot $f$ 2840,- per jaar. |
Aannemende, dat in een tijd gebouwd zal worden, dat de bouwmaterialen minder schaars zijn dan thans het geval is en dat dan voor een bedrag van $f$ 4500,- een woning (met bedrijfsschuur) zal kunnen worden gebouwd, dan zullen de jaarlijksche kosten aan rente, afschrijving en onderhoud op ten naasten bij 8% van genoemd bedrag kunnen worden gesteld, dus op ± $f$ 360,- per jaar.
Voorshands kan in de opstelling dus van een "huur" van $f$ 350,- per jaar worden uitgegaan.
Wat de grondhuur in het te stichten tuinbouwcomplex betreft, diene het volgende:
Volgens voorloopige schattingen zou de grondprijs, berekend uit de vermoedelijke prijzen voor den grond c.a. bij aankoop of onteigening te betalen, verhoogd met grondverlies door, en kosten van aanleg van hoofdweg en hoofdvaart, met de daarbij behoorende bruggen voor algemeen verkeer, te stellen zijn op $f$ 10.000,- per ha. Het document betreft een financieel-economische onderbouwing voor de ontwikkeling van een nieuw centraal tuinbouwgebied in de omgeving van Amsterdam. De kern van het betoog is een methodologische splitsing van de totale jaarlijkse huurlasten ($f$ 700,-) van een tuinder. De auteur betoogt dat deze gelijkelijk verdeeld moeten worden: $f$ 350,- voor de grond (bedrijfslasten) en $f$ 350,- voor de woning (privélasten/inkomen).
Door deze scheiding aan te brengen, kan men bepalen of een nieuw te bouwen complex rendabel is voor de tuinder. Er wordt een schatting gemaakt voor de bouw van een nieuwe woning met schuur ($f$ 4500,-) en de grondwaarde inclusief noodzakelijke infrastructuur zoals wegen en vaarten ($f$ 10.000,- per hectare). Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. In die tijd vond er rond Amsterdam een grote schaalvergroting en modernisering van de tuinbouw plaats (denk aan de Sloterpolder of de ontwikkeling van de Westlandse gebieden). De referentie naar de "schaarste van bouwmaterialen" is typerend voor de late jaren '40.
De "opstellingen-Dinkgreve" verwijzen naar een destijds gangbare boekhoudmethode of expert op het gebied van agrarische bedrijfsvoering. De betrokkenheid van de "Inspectie Tuinbouw en Tuinbouwonderwijs" onderstreept dat dit een overheidsproject of een nauw met de overheid samenwerkend plan was om de voedselvoorziening en de economische positie van tuinders te structureren via rationele planning en moderne infrastructuur.